Spring naar de hoofdinhoud

20 jaar marktwerking

In 2006 werd de marktwerking in de zorg geïntroduceerd. De fysiotherapie was als eerste aan de beurt. Het zou beter en goedkoper worden. Anno 2026 maken we de balans op (cijfers tm 2025).

Het aantal Nederlanders is 18,3 miljoen (+1,8 miljoen).
De beroepsbevolking is 10,2 miljoen (+ 2,1 miljoen; ook door hogere pensioengerechtigde leeftijd).
De gemiddelde levensverwachting is 83,1 jaar (+3,7).
Het aantal mensen ouder dan 65 jaar is 3,76 miljoen (+1,47 miljoen).
Het aantal mensen met een lage SES is 1,62 miljoen (+150.000).

Minimumloon is €2427,84 (+ €1163,04, +90%)

De kosten voor de totale gezondheidszorg zijn €155 miljard (+ 68 miljard)
De kosten voor de ziekenhuizen zijn €35,4 miljard (+ 19 miljard)
De kosten voor de fysiotherapeutische zorg zijn €1.950.000 (+ 1,05 miljoen)
Het eigen risico is € 385, in 2005 nog een no-claimteruggave van max. €255 (+ 640)
Gemiddelde premie van de basisverzekering is €158,50 (+ 570,17)
Aantal mensen zonder aanvullende verzekering (AV) is 19,4% (+12,4%)
Aantal mensen met fysiotherapie in AV 23-25% is (+20%)
Aantal polissen met onbeperkte dekking fysiotherapie: geen enkele meer

Maximale zorgtoeslag is €131 (+ €97). In 2025 werd €6,5 miljard uitgekeerd.
Aantal mensen in WIA is 1 miljoen. In 2025 werd €52,47 miljard uitgekeerd.

Totaal vermogen VGZ 578 miljoen euro (+ 19%)
Totaal vermogen ONVZ 37,8 miljoen (+19%)
Totaal vermogen Menzis 230 miljoen euro (+ 14%)
Totaal vermogen Salland 10,3 miljoen euro (+ 11%)
Totaal vermogen DSW 26 miljoen euro (+ 9%)
Totaal vermogen CZ 243 miljoen euro (+8%)
Totaal vermogen Achmea 249 miljoen euro (+ 8%) en keert 415 miljoen uit aan aandeelhouders
Totaal vermogen Zorg en Zekerheid +6 procent 25,6 miljoen euro
In totaal ligt er al ruim 1,5 miljard euro op de plank.

Aantal fysiotherapeuten in de eerstelijn is 21.500 (+ 6500). Hoeveel uren deze therapeuten actief zijn op kosten van zorgverzekeringen is onbekend, zeker is dat veel praktijken naast fysiotherapie ook andere inkomsten mòeten genereren om te kunnen blijven bestaan)
Het aantal behandelingen is 43 miljoen (+ 12 miljoen).
Gemiddelde standaardtarief is €37,59 (+ 12,43, +33%)
Inflatie sinds 2005 is 52,77%

Tijdens de rechtszaak tegen de grote vier zorgverzekeraars vertelde de advocaat van die verzekeraars dat een normale beloning van fysiotherapeuten hen ongeveer €940 miljoen euro per jaar extra zou kosten. Deze €940 miljoen wordt dus al ingehouden èn nog zijn de totale kosten van de zorg met 87 miljard gestegen. Waar gaat het geld dan allemaal naar toe? Dit klinkt naar een falend beleid.

BRON: SKIPR, VWF

Nieuw zorgstelsel is niet te duur

Een ander zorgstelsel zou financieel onhaalbaar zijn. Dat zou dertig miljard euro duurder zijn. Het getal wordt gebruikt om elk gesprek over alternatieven voor de Zorgverzekeringswet bij voorbaat te smoren. Het is immers door het Centraal Planbureau berekend.
Maar niets is minder waar. Voor dit bedrag is geen enkele onderbouwing en is ook nog eens (bewust?) veel te hoog.

Alternatief: Nationale Zorgfonds
Volgens plannen van het Nationaal Zorgfonds zou zomaar 2,7 miljard euro bespaard kunnen worden, verdeeld over vijf posten:

  • het afschaffen van de zorgverzekeraars (1 miljard)
  • het terugdringen van bureaucratie (2 miljard)
  • het afromen van farmaceutenwinsten (1,5 miljard)
  • het aanpakken van zorgcowboys (5 miljard)
  • het in loondienst brengen van medisch specialisten (0,2 miljard)

Eigen risico
In het huidige stelsel leidt het eigen risico van 385 euro tot zorgmijding en dat leidt achteraf weer tot complexere en duurdere zorg.
In Nederland is weinig onderzoek hiernaar, in het buitenland overweldigend veel.
Het CBP rekent voor dat afschaffen van het eigen risico de zorg onbetaalbaar zou maken, maar er is niets bekend over gezondheidseffecten, laat staan een Nederlands bedrag per ziektebeeld. Wèl is bekend, dat het hoge eigen risico weliswaar minder zorggebruik geeft, maar dat er juist hogere kosten ontstaan bij instanties als UWV, de Wmo en de
werkgever; maar die worden netjes buiten het model waarmee het CBP rekent gehouden. De onbetaalbaarheid wordt dus berekend zonder de vermeden maatschappelijke kosten mee te wegen.

Andere landen hebben het niet alleen onderzocht, er zijn al volop aanpassingen doorgevoerd, zodat het systeem daadwerkelijk winst oplevert. Voor Overheid en burger.

In Nederland houdt de NZa toezicht op de kosten van het huidige stelsel, maar houdt een stelsel in stand die zorgpersoneel verplicht rond 40 procent van de tijd te besteden aan registratie en administratie. Verder blijkt de NZa er eigenzinnige rekenmethoden op na te houden, die niet met de realiteit op de werkvloer overeenkomen.

Wantrouwen
Het huidige bekostigingsstelsel is gebouwd op controle en verantwoording, is dus gebaseerd op wantrouwen naar zorgpersoneel.

Reserves
In het debat over een nieuw zorgstelsel gaat het vrijwel altijd over de kosten. Critici waarschuwen voor miljardennota’s en onbetaalbare transities. Hervormers zoeken naar sluitende begrotingen op basis van theoretische besparingen. In die discussie
wordt één factor stelselmatig over het hoofd gezien: het kapitaal dat binnen het huidige stelsel al is opgebouwd.
Het gaat om de reserves van de zorgverzekeraars, een pot met publiek geld waar inmiddels ruim 13 miljard euro in zit.

Zorgverzekeraars vertellen steeds dat ze onder constante druk staan, werken met flinterdunne marges en stijgende zorgkosten die de verzekeraars tot het uiterste dwingen. Maar de werkelijkheid is anders.

Wettelijk moeten verzekeraars een minimum kapitaal aanhouden om onverwachte tegenvallers op te vangen. Een ratio van 100 procent betekent dat een verzekeraar genoeg reserve heeft. De grote zorgverzekeraars zitten rond de 140 tot 160 procent.

In een jaar waarin de sector kraakte onder inflatie en personeelstekorten, groeide het eigen vermogen van de zorgverzekeraars fors. Bij VGZ en ONVZ nam het met 19 procent toe. Zorg en Zekerheid groeide het minst, met 6 procent. Over 2025 boekten
de zorgverzekeraars gemiddeld 92 euro resultaat per verzekerde, het hoogste bedrag in
jaren.

De ruime reserves zijn volgens verzekeraars nodig om premiestijgingen te dempen, maar dat wordt niet gedaan. Immers, het eigen vermogen neemt alleen maar toe.

De Overheid zou ook niet aan dat geld mogen komen. Verzekeraars zijn immers private ondernemingen, het geld zou dus van hun zijn. Maar dat kapitaal is wettelijk bedoeld voor de uitvoering van de publieke Zorgverzekeringswet. Het geld zit dus vast in het stelsel.

Een nieuw stelsel?
Transitie naar een nieuw stelsel wordt als ‘te duur’ neergezet, maar is dat niet. Andere landen hebben dat al gedaan en het werkt. En is goedkoper. Nederland kan ervan leren

– Marktwerking leidde tot fragmentatie en zorgongelijkheid.
– Het afbouwen van marktwerking geen kapitaalvernietiging hoeft te zijn.
– Een halfslachtig compromis, waarin private verzekeraars hun grip houden terwijl de overheid er regels bovenop legt, de kern van het probleem onaangeroerd laat. Het systeem wordt er complexer en duurder van.
– De opstartkosten van een centrale rijksdienst vallen weg tegen de structurele besparingen die optreden wanneer de marketingkosten van verzekeraars verdwijnen, de winstcompensaties vervallen en de administratieve druk afneemt richting het niveau van publieke single-payer stelsels.

Inkomensafhankelijk
In een publiek model, zoals het single-payer model van het Nationaal ZorgFonds, verdwijnt de nominale premie. De basiszorg wordt dan gefinancierd via een inkomensafhankelijke, progressieve bijdrage die via de belastingen wordt geïnd.

Het afschaffen van het eigen risico betekent voor het individuele huishouden dat de financiële drempel aan de poort van de zorg wegvalt. Gezinnen met een chronische ziekte hoeven niet meer elk jaar standaard de eerste 385 euro af te tikken.
De zorgtoeslag kan vervolgens worden afgeschaft, inclusief de administratie en de terugvorderingen die eraan vastzitten.

Maatschappelijk winst
Wanneer zorg niet langer uitgesteld wordt om geld, zullen eenvoudige klachten niet escaleren tot complexe, acute aandoeningen. Dat scheelt persoonlijk leed en voorkomt dure zorg via de spoedeisende hulp of langdurige ziekenhuisopnames.

BRON: //duurzamezorg.jimdofree.com/2026/07/04/veranderen-van-zorgstelsel-voor-dummies-nu-downladbaar/

Stijgende zorgkosten liggen niet aan patient

De zorgkosten stijgen, de zorg wordt te duur, de premies moeten omhoog en ook het eigen risico wordt weer bekeken. De patiënt krijgt de schuld, maar is dat wel terecht?

De patiënt heeft de Zorgverzekeringswet niet ontworpen, de DBC-systematiek niet bedacht, de contracteerlogica niet gebouwd, wachtlijsten niet georganiseerd en de administratieve lasten niet veroorzaakt. Toch wordt juist die patiënt aangewezen als de plek waar ‘kostenbewustzijn’ moet landen.

Zieke mensen gooien niet een medicijn, scan of behandeling in hun winkelmandje. Deze mensen twijfelen, wachten, stellen uit, hopen dat een klacht vanzelf overgaat of komen later nog zieker toch maar. Op de werkvloer is dagelijks zichtbaar dat financiële drempels ertoe kunnen leiden dat mensen zorg mijden of uitstellen, soms ook bij medische klachten die achteraf geen uitstel hadden geduld.

Bij chronische ziekte remt het eigen risico geen overbodige zorg, maar belast het noodzakelijke zorg. Willen we de chronische ziekten de wereld uit, dan zullen we de hele wereld gezonder moeten maken. Een gezondere leefomgeving, gezondere voeding goedkoper maken, gezond gedrag belonen. En als je als Overheid daar niet voor kiest (er niet genoeg aan verdient?) blijven chronisch zieken structureel zorg nodig hebben. Voor die groep is het geen prikkel tot verstandig kiezen, maar een heffing op ziek zijn.

Besparing op kosten
Managers sturen op ‘kostenbewuster gedrag’, maar een uitgesteld consult bespaart alleen geld op de korte termijn. Een latere spoedopname, verergering of verwijzing kan vele malen duurder zijn. Zorg die vandaag wordt gemeden, verdwijnt niet altijd. Soms verschuift zij alleen: naar de huisartsenpost, de spoedeisende hulp, de ggz-crisisdienst, de mantelzorger, de gemeente of de politie. Dan lijkt de schadepost van de zorgverzekeraar lager, maar de maatschappelijke rekening blijft bestaan.

Kostenbewustzijn wordt bovendien opvallend eenzijdig georganiseerd. De kosten van patiënt en zorgprofessional worden steeds preciezer gemeten, geregistreerd en moeten verantwoord worden. Dat kost de zorgverlener veel tijd en mag hij ook zelf betalen. Maar de systeemkosten aan contractering, controle, administratie, toezicht, overlegstructuren, inkoopmacht en verantwoordingslasten blijven verborgen. Zorgverzekeraars weigeren transparant te zijn en leggen de rekening opnieuw bij de patiënt, burger, mantelzorger en zorgprofessional.

Opvallend is ook dat zorgverzekeraars megawinsten maken, miljardenbuffers hebben en zelfs honderden miljoenen aan aandeelhouders uitbetalen. Zorgverzekeraars moeten reserves aanhouden. Maar het lijkt hier te gaan om vele miljarden aan overreserves. Als patiënten meer moeten betalen omdat de zorg ‘onhoudbaar’ zou zijn, hoort ook de vraag op tafel te komen hoeveel publiek zorggeld vastzit bij private uitvoerders van een publiek stelsel. Waarom is het eigen risico een vanzelfsprekende knop om aan te draaien, terwijl overreserves, solvabiliteit, premiesturing, contracteermacht en de rol van zorgverzekeraars nauwelijks deel uitmaken van de morele afweging?

Politieke keuzes
Tekorten in de zorg en het hoger eigen risico zijn geen natuurverschijnsel. Ze zijn mede het gevolg van politieke keuzes, bekostigingsmodellen, budgetplafonds, contractering, pakketbeheer en de gedachte dat zorg tegelijk markt, publieke voorziening, verzekeringsproduct en begrotingspost kan zijn. De zorg is echter een interactie tussen mensen, een vertrouwensrelatie, gegeven in een concrete context, aan iemand die kwetsbaar is. Zorg is geen declaratiecode, risicoprofiel of kostenpost. Goede zorg zijn geen spreadsheets, prikkels en begrotingsregels.

Het zorgsysteem is dus ernstig ziek en wordt zorgvuldig in stand gehouden door managers die hun eigen inkomsten veiligstellen door stijgende zorgkosten als natuurfeit te presenteren, niet transparant te zijn over hun eigen kosten, alternatieve vragen te laten liggen en de rekening consequent bij de patiënt te leggen. Iedereen moet zich aanpassen aan het systeem: patiënt, mantelzorger, zorgverlener, huisarts, specialist en gemeente. Alleen het systeem zelf lijkt zelden onderwerp van behandeling.

WAAR BLIJFT UW PREMIEGELD? – Zorgverzekeraars behalen hoogste resultaat per verzekerde in jaren

De zorgverzekeraars hebben in 2025 een historisch hoog financieel resultaat behaald. Per verzekerde bleef er gemiddeld 92 euro over, het hoogste bedrag in ten minste vijf jaar. Dit blijkt uit een recente analyse van Kompas in Zorg en BS Health Consultancy.

Zorgverzekeraars steken de winst weer in het eigen vermogen dat in 2025 weer flink is gestegen. Zo groeide het eigen vermogen bij VGZ en ONVZ met maar liefst 19 procent. Het eigen vermogen van Zorg en Zekerheid groeide het minst, namelijk met 6 procent.

VGZ +19 procent 578 miljoen euro
ONVZ +19 procent nog niet gepubliceerd
Menzis +14 procent 230 miljoen euro
Salland +11 procent 10,3 miljoen euro
DSW +9 procent 26 miljoen euro
CZ +8 procent 243 miljoen euro
Achmea +8 procent 249 miljoen euro en keert 415 miljoen uit aan aandeelhouders
Zorg en Zekerheid +6 procent 25,6 miljoen euro
In totaal ligt er al ruim 1,5 miljard euro op de plank.

Ook in 2024 groeide het eigen vermogen bij vrijwel alle zorgverzekeraars, toen vooral dankzij beleggingsresultaten. Maar in eerdere jaren moest er vaak ten minste één verzekeraar interen op het eigen vermogen. In 2022 gold dat voor elke verzekeraar.

De sterke toename van de winst wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door wat de zorgverzekeraars overhouden aan premies. In 2024 hielden zorgverzekeraars nog op 21 euro per verzekerde over, in 2025 steeg dat naar 66 euro. Terwijl de premies en bijdragen met gemiddeld 5,4 procent toenamen (tot 3.654 euro per verzekerde), betaalden zorgverzekeraars juist minder aan zorgkosten uit: slechts 3.512 euro per verzekerde (3,9 procent).

De bedrijfskosten van de zorgverzekeraars zelf stegen met 4,6 procent. Per verzekerde waren de zorgverzekeraars gemiddeld 99 euro kwijt.

Zorgverzekeraars beleggen ook met uw premiegeld. Het resultaat daarvan nam juist af. In 2025 bedroeg dit 26 euro per verzekerde, tegenover 39 euro in het voorgaande jaar.

bron: SKIPR

Steeds meer bewijs: leefstijl is bepalend voor gezondheid

Het wetenschappelijke bewijs dat leefstijl bijdraagt aan de behandeling van diverse chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, mentale klachten en hart- en vaatziekten neemt steeds toe. Toch wordt er nog niet veel mee gedaan. Veel mensen met klachten lopen daardoor vast in medicijnen, behandeling en ingreep, zonder blijvende verbetering van hun gezondheid.

Een groot aantal experts van onder andere TNO, UMCNL (voormalig NFU), Vereniging Arts & Leefstijl en Patiëntenfederatie Nederland stelden een vernieuwde Kennisbundel Wetenschappelijk Bewijs Leefstijlgeneeskunde van Lifestyle4Health en de Coalitie Leefstijl in de Zorg op. Beleidsmakers en zorgbestuurders worden dringend opgeroepen om leefstijl een integraal onderdeel van de behandeling te maken.

Het aantal mensen met een chronische ziekte in Nederland blijft stijgen. Volgens het RIVM zal het aantal mensen met tenminste 1 chronische aandoening de komende 25 jaar met 1,5 miljoen toenemen tot bijna 12 miljoen in 2050. Steeds duidelijker blijkt dat leefstijl (de manier van leven) daar een grote rol in speelt. De nood is hoog: de zorgkosten stijgen naar verwachting van €113 miljard in 2022 naar €202 miljard in 2050. Ziekenhuiszorg is de grootste post.

Leefstijlinterventies zijn effectief
De nieuwe bundel presenteert de belangrijkste wetenschappelijke onderzoeken van de afgelopen vijf jaar naar effecten van leefstijlinterventies bij chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, obesitas, kanker, mentale klachten en dementie. Waar de eerste bundel uit 2019 vooral een verkenning was, laat deze update zien hoe snel het bewijs groeit dat leefstijl bijdraagt aan herstel en zelfs bij ongeneeslijke aandoeningen helpt bij beter functioneren. De kennis over leefstijlgeneeskunde is de afgelopen 6 jaar minstens verdubbeld tot verdrievoudigd, zowel wetenschappelijk als in beleid en praktijk. Leefstijlinterventies – zoals in voeding, beweging, slaap, ontspanning en sociale verbondenheid – zorgen bijvoorbeeld voor meer welzijn, minder pijn of minder medicatiegebruik.

Speerpunten zijn

  • samenwerken van zorg, beleid en samenleving
    leefstijlinterventies moeten voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk zijn
  • leefstijl bespreekbaar maken met patiënten
    patiënten gaan leefstijl belangrijker vinden en hebben hulp nodig van zorgverleners
  • het systeem moet veranderen: beleid, omgeving en maatschappij moeten gezondheid centraal stellen
    beleid bepaalt de omgeving en de omgeving is voor 96% bepalend voor gedrag
    de zorgomgeving moet meer gezonde keuzes aanbieden, zoals rookvrije instellingen, beweegvriendelijke ruimtes en gezond voedingsaanbod

10 jaar ‘product financiering’ bij lage rugklachten: duurder maar niet beter


Ruim tien jaar geleden introduceerde zorgverzekeraar VGZ een nieuwe vorm van bekostiging binnen de fysiotherapie: product financiering voor lage rugklachten.
Alleen praktijken die zich aansloten bij deze geselecteerde verenigingen konden deelnemen aan het programma. De aangesloten praktijken werden als “betere fysiotherapie” neergezet, wat leidde tot felle reacties in het veld.
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), nam dit hoog op. De suggestie dat niet-aangesloten praktijken kwalitatief ondermaats zouden zijn, werd als denigrerend en ongefundeerd beschouwd. Toenmalig VGZ-voorzitter Ab Klink werd ter verantwoording geroepen.
Na een stevig overleg werd besloten dat VGZ zou stoppen met het voeren van deze misleidende reclame. De kwalificatie “betere fysiotherapie” verdween uit de communicatie.

We zijn nu tien jaar verder. De centrale vraag is, leidt deze alternatieve bekostiging tot betere zorg? De uitkomsten van de evaluatie zijn kraakhelder:
• Geen beter zorgresultaat: geen verschil met het traditionele vergoedingssysteem in termen van patiëntenervaringen, resultaat van de behandeling, duur van de therapie of het aantal behandelsessies.
• Wel hogere kosten: significant hoger dan bij het reguliere systeem.
• Wel meer recidieven: opvallend hogere aantal terugkerende klachten (recidieven) bij patiënten in het product financieringsmodel.

Ab Klink werd gevraagd waarom hij destijds zo overtuigd was van de meerwaarde van product financiering. Zijn antwoord was opmerkelijk: “Door de productafspraak tekent de zorgverlener er ook voor dat bij een recidive binnen 12 maanden deze gratis moet worden behandeld.”
Bij hernieuwde rugklachten maakte het dus niet uit wat de oorzaak was, de fysiotherapeut werd contractueel verplicht op eigen kosten te behandelen.

De contracten voor 2026 staan voor de deur. De tarieven liggen al tientallen jaren ver onder een normaal en verantwoord niveau, terwijl de verplichtingen die door de zorgverzekeraars worden opgelegd zich elk jaar meer opstapelen. De zorg loopt leeg. Legt de zorgverzekeraar de uitkomsten naast zich neer?
Worden inefficiënte en dure systemen, registers en verenigingen in stand gehouden? Gaan ze door met regelingen die ten kosten gaan van zorgverleners en slecht zijn voor de zorg?

Ook Medisch Specialisten en KNMG trekken zich terug uit adviesraad Zorgkaart Nederland

Zorgkaart Nederland is opgezet om mensen onafhankelijk te informeren over zorginstellingen en zorgverleners. De onafhankelijkheid van reviews wordt steeds meer in twijfel getrokken. In april 2025 stappen nu ook medisch specialisten en KNMG uit adviesraad Zorgkaart

De Federatie Medisch Specialisten (FMS) en artsenfederatie KNMG nemen per direct niet langer deel aan de adviesraad van de recensiewebsite ZorgkaartNederland. De federaties hebben ‘onvoldoende vertrouwen’ dat zij via de raad verdere verbeteringen kunnen doorvoeren in het, door artsen al langer bekritiseerde, platform.

Hoewel de FMS en KNMG in de beginjaren merkten dat hun deelname tot verbeteringen van de website leidde, is dat inmiddels niet voldoende meer het geval, schrijven de FMS en de KNMG in hun gezamenlijk persbericht. De FMS en KNMG hebben niet het vertrouwen dat zij nog verbeteringen kunnen doorvoeren ‘om zorgverleners beter te beschermen tegen kwetsbare posities als gevolg van individuele, moeilijk te verifiëren reviews’. Wel blijven de FMS en KNMG ‘op bestuurlijk niveau in gesprek’ over hoe ZorgkaartNederland voor iedereen toegevoegde waarde zou kunnen hebben. De federaties zaten sinds de oprichting in 2009 in de adviesraad van Zorgkaart ‘met als doel de kwaliteit en betrouwbaarheid van de reviews te borgen’.

Patiëntenfederatie Nederland, waar ZorgkaartNederland deel vanuit maakt, geeft in een reactie op dit nieuws aan zich te beraden op de manier waarop zij gaan samenwerken met andere zorgorganisaties. ‘Wij zien grote waarde in die samenwerking met vertegenwoordigers van zorgaanbieders, maar constateren ook dat er verschillen van inzicht zijn over de koers en functie van het platform’, aldus de federatie op haar website. Daarnaast wijst de Patiëntenfederatie erop dat ‘de sectoren vanwaaruit de meeste kritiek klinkt op ZorgkaartNederland het verst achterblijven met het geverifieerd meten’. Geverifieerd meten is een methode waarbij Zorgkaart ‘100 procent zeker’ weet dat de inzender van de waardering daadwerkelijk in behandeling was bij de zorgverlener.

Huisartsen

Vorig jaar oktober stapte de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) al uit de adviesraad. Kort daarna riep de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen alle organisaties op om uit de adviesraad te stappen.

BRON: Medisch Contact

Fysiotherapie in gevaar

De situatie in de fysiotherapie wordt steeds zorgwekkender. Ondanks jarenlange waarschuwingen van het KNGF en andere beroepsverenigingen blijven zorgverzekeraars tarieven betalen die ver onder de kostprijs liggen. Het gevolg? Steeds meer jonge fysiotherapeuten verlaten het vak, waardoor de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg onder druk komen te staan. Minimaal €50 per zitting is nodig om de sector te laten overleven! De fysiotherapie moet het al tientallen jaren met ongeveer de helft doen.
Zorgverzekeraars zoals Zilveren Kruis, Achmea en VGZ herkennen de trend niet en geven aan dat hun taak vooral is om de poliskosten laag te houden. Dit laat zien waar de prioriteiten liggen: kosten boven kwaliteit van zorg. Je zal maar verzekerd zijn bij zo’n verzekeraar.

In het maartnummer van het blad Arts en Auto is uitgebreid aandacht voor de problematiek in de paramedische sector. In zijn redactioneel schetst hoofdredacteur Martijn Reinink het verontrustende beeld van een wankelende paramedische sector. In een ander artikel komt een fysiotherapeut aan het woord die het perspectief schetst vanuit medewerkers in loondienst (belachelijk lage beloning en een fatsoenlijke CAO is niet eens mogelijk) waarna de voorzitter van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) Lodi Hennink en voorzitter van het Paramedisch Platform Nederland (PPN) Bianca Rootsaert aan het woord komen. Het artikel geeft een helder en accuraat beeld van de situatie in de paramedische sector. Onder andere op basis van het artikel in Arts en Auto heeft VVD-Kamerlid Judith Tielen Kamervragen gesteld over de kwestie. Zij wil van het kabinet weten welke stappen zij gaat nemen om eerlijke tarieven te waarborgen en zo de toekomst van de fysiotherapie veilig te stellen. Fijn dat er wederom vanuit de politiek support is voor de paramedische sector en de fysiotherapie in het bijzonder. Het kabinet en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) mogen dit niet wéér wegwuiven.

Machtsspel

De beroepsvereniging KNGF zit klem. Er lijkt een soort herenakkoord te zijn, dat niet verstoord mag worden. Praten over marktfalen en lage tarieven mag wel, net als nette brieven en beleefde verzoeken aan de NZa, maar met de vuist op tafel slaan wordt direct afgestraft door het machtsblok van verzekeraars, terwijl juist die de hele zorg al jaren dicteren en de tarieven alleen maar laten afhangen van wat er bij hen ‘uit kan’. Natuurlijk allemaal onder het mom dat het anders te duur zou worden voor de verzekerde.

Is het de paramedische sector die wankelt of is het de hele zorg ? Het lijkt er meer op dat de samenleving wankelt.
De samenleving zal, met een toenemende vergrijzing en een tekort aan personeel in de zorg, in de problemen komen. Het is dus een probleem van ons allemaal.

Fysiotherapie is cruciaal in de zorg

Fysiotherapie is geen tweederangs zorg. Of tweede keuze. Fysiotherapie is kwalitatief hoogwaardige zorg die zorgkosten op de langere termijn en in de tweede lijn kan besparen. Fysiotherapie is ontzettend belangrijk voor de samenleving. En niet alleen in Nederland. Voorzitter Rik Dawson van de Australian Physiotherapy Association Association geeft op LinkedIn helder het belang van fysiotherapie aan. Fysiotherapie moet toegankelijk zijn voor iedereen en levert een cruciale bijdrage aan de zorg. Dat geldt natuurlijk breder voor de hele paramedische sector en de zorg in het algemeen. Ook in Australië is de politiek aan zet.

In een open brief aan minister Fleur Agema roept de fysiotherapie op om lef te tonen: “U gaf het zelf aan in uw speech. Lef te tonen om het anders te doen en te innoveren. We moeten het samen doen. En ja, kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg die beschikbaar is voor iedereen die zorg nodig heeft is een uitdaging. Helemaal als we zorgprofessionals ook een fatsoenlijk salaris willen betalen. Een gezamenlijke visie en aanpak is belangrijk. Het zal niet altijd gemakkelijk gaan, maar ik geloof dat het kan.”

Dit kan zo niet langer! Steun de fysiotherapie en deel dit bericht. Zorg moet toegankelijk én van hoge kwaliteit blijven!

#RedDeFysiotherapie #EerlijkeTarieven #KwaliteitBovenKosten

Helft praktijkhouders overweegt te stoppen

De toekomst van de eerstelijnszorg in Nederland is in gevaar. Dit is een van de conclusies van de meest recente Kleinbedrijf Index Fysiotherapie. Uit het onderzoek blijkt dat 54% van de praktijkhouders overweegt te stoppen, terwijl 17% zelfs al actief bezig is met de verkoop van de eigen praktijk. Dit percentage ligt fors hoger dan het gemiddelde in het midden- en kleinbedrijf (31%).

De belangrijkste oorzaken zijn financiële onzekerheid, toenemende regelgeving en hoge werkdruk. De aangekondigde handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2025 vergroot de onrust nog verder.

De onderzoekers waarschuwen dat grootschalige sluiting van fysiotherapiepraktijken de toegankelijkheid van fysiotherapie ernstig kunnen bedreigen. Zij roepen de politiek op snel in te grijpen om de sector te beschermen.

Uit een poll van het AD onder 10.000 respondenten blijkt, dat 62% vindt dat er snel een cao met een behoorlijk salaris moet komen voor fysiotherapeuten. De lage salarissen in Nederland leiden steeds vaker tot uitstroom naar het buitenland, waar het salaris minimaal dubbel hoog is als in Nederland. ‘De salariëring in Nederland is echt belabberd geregeld’, laten fysiotherapeuten in Zwitserland weten. Steeds meer fysiotherapeuten kiezen voor betere arbeidsvoorwaarden in het buitenland.

Consumentenbond waarschuwt: zorgverzekeraars doen nog steeds aan koppelverkoop

Zorgverzekeraars doen nog steeds aan koppelverkoop bij polissen die voor iedereen afsluitbaar zijn. Wil je een ruime aanvullende verzekering, dan wordt je verplicht een duurdere basisverzekering af te sluiten. En ook al heb je een dure basisverzekering dan mag je die niet altijd combineren met een gering aanvullend pakket. Je moet dus meer betalen voor je basispolis om toegang te krijgen tot uitgebreidere aanvullende verzekeringen. De Consumentenbond vindt dat er een verbod moet komen op koppelverkoop.

Verzekeringsconcerns voeren allemaal ten minste 1 label met koppelverkoop. Koploper in negatieve zin is Achmea met 3 zorglabels: De Friesland, FBTO en Interpolis. Voor CZ (Nationale-Nederlanden), Menzis en VGZ (Univé) is dat bij 1 label het geval. Daarnaast maken ook ONVZ en Zorg en Zekerheid zich schuldig aan koppelverkoop.

Wettelijk is het niet verboden, maar in 2024 keurden de toezichthouders ACM en NZa koppelverkoop af. In 2006 werd marktwerking in de zorg ingevoerd en zou het beter worden tegen lagere kosten. Met het rookgordijn van de grote hoeveelheid aanvullende verzekeringen, het bewust afbreken van collectiviteit, het uitholen van de dekking, de stijgende premies, de enorme reserves die verzekeraars wegsluizen, de hoge eigen kosten die verzekeraars van de premiegelden afromen, het jarenlange wantrouwen en onderbetalen van zorgverleners, begint zich een ander beeld af te tekenen. Iemand profiteert, maar niet de consument en niet de zorgverlener.

Hoge extra kosten voor weinig vergoeding

De verplichting een duurdere basisverzekering te nemen leidt niet zelden tot hogere totaalkosten. De Consumentenbond rekent voor dat je bij tandartsverzekeringen van FBTO en Menzis al gauw zelf méér betaalt aan premie dan de maximale vergoeding die je kan krijgen.

Waar moet je op letten?

Vooral als je een ruime vergoeding voor bv tandartskosten wilt of als je veel behandelingen fysiotherapie nodig hebt. Misschien ben je bij een andere verzekeraar goedkoper uit. Of is het voordeliger bepaalde zorgkosten zelf te betalen.

TIP: Vergelijk altijd eerst alleen de basisverzekering. Dan weet je wat die kost. Je kan dan gemakkelijker zien of je gedwongen wordt een duurdere basisverzekering te nemen bij een uitgebreidere aanvullende verzekering en uitrekenen of extra premie voor een aanvullende verzekering opweegt tegen de vergoeding die je ontvangt.

Wist je …

1. … dat je vrij bent in de keuze van zorgverzekeraar:

Je bent niet verplicht een aanvullende verzekering af te sluiten bij dezelfde zorgverzekeraar als je basisverzekering.

Bv je mag een basisverzekering bij DSW afsluiten en een aanvullende verzekering bij ONVZ.

2. … dat je meerdere aanvullende polissen naast elkaar mag afsluiten

Je mag meerdere aanvullende polissen naast elkaar af te sluiten bij verschillende zorgverzekeraars. Dit biedt je flexibiliteit om je dekking te optimaliseren.

3. … dat je kosten kan besparen door gesplitste polissen

Het kan goedkoper zijn om twee AV-polissen met minder fysiotherapiezittingen af te sluiten dan één polis met veel behandelingen. Bv.

 • De goedkoopste AV voor 12 zittingen fysiotherapie (=ASR Start polis) kost €20,95 per maand.

 • Door twee polissen af te sluiten, zoals Zilveren Kruis ZieZo (6 behandelingen voor €6,75) en OHRA Compact polis ( 6 behandelingen voor €6,25 ), kom je uit op €13,00 per maand voor 12 behandelingen. Dit bespaart je €7,95 per maand (ca €100 per jaar per persoon).

BRON: Consumentenbond, december 2024