Spring naar de hoofdinhoud

Stijgende zorgkosten liggen niet aan patient

De zorgkosten stijgen, de zorg wordt te duur, de premies moeten omhoog en ook het eigen risico wordt weer bekeken. De patiënt krijgt de schuld, maar is dat wel terecht?

De patiënt heeft de Zorgverzekeringswet niet ontworpen, de DBC-systematiek niet bedacht, de contracteerlogica niet gebouwd, wachtlijsten niet georganiseerd en de administratieve lasten niet veroorzaakt. Toch wordt juist die patiënt aangewezen als de plek waar ‘kostenbewustzijn’ moet landen.

Zieke mensen gooien niet een medicijn, scan of behandeling in hun winkelmandje. Deze mensen twijfelen, wachten, stellen uit, hopen dat een klacht vanzelf overgaat of komen later nog zieker toch maar. Op de werkvloer is dagelijks zichtbaar dat financiële drempels ertoe kunnen leiden dat mensen zorg mijden of uitstellen, soms ook bij medische klachten die achteraf geen uitstel hadden geduld.

Bij chronische ziekte remt het eigen risico geen overbodige zorg, maar belast het noodzakelijke zorg. Willen we de chronische ziekten de wereld uit, dan zullen we de hele wereld gezonder moeten maken. Een gezondere leefomgeving, gezondere voeding goedkoper maken, gezond gedrag belonen. En als je als Overheid daar niet voor kiest (er niet genoeg aan verdient?) blijven chronisch zieken structureel zorg nodig hebben. Voor die groep is het geen prikkel tot verstandig kiezen, maar een heffing op ziek zijn.

Besparing op kosten
Managers sturen op ‘kostenbewuster gedrag’, maar een uitgesteld consult bespaart alleen geld op de korte termijn. Een latere spoedopname, verergering of verwijzing kan vele malen duurder zijn. Zorg die vandaag wordt gemeden, verdwijnt niet altijd. Soms verschuift zij alleen: naar de huisartsenpost, de spoedeisende hulp, de ggz-crisisdienst, de mantelzorger, de gemeente of de politie. Dan lijkt de schadepost van de zorgverzekeraar lager, maar de maatschappelijke rekening blijft bestaan.

Kostenbewustzijn wordt bovendien opvallend eenzijdig georganiseerd. De kosten van patiënt en zorgprofessional worden steeds preciezer gemeten, geregistreerd en moeten verantwoord worden. Dat kost de zorgverlener veel tijd en mag hij ook zelf betalen. Maar de systeemkosten aan contractering, controle, administratie, toezicht, overlegstructuren, inkoopmacht en verantwoordingslasten blijven verborgen. Zorgverzekeraars weigeren transparant te zijn en leggen de rekening opnieuw bij de patiënt, burger, mantelzorger en zorgprofessional.

Opvallend is ook dat zorgverzekeraars megawinsten maken, miljardenbuffers hebben en zelfs honderden miljoenen aan aandeelhouders uitbetalen. Zorgverzekeraars moeten reserves aanhouden. Maar het lijkt hier te gaan om vele miljarden aan overreserves. Als patiënten meer moeten betalen omdat de zorg ‘onhoudbaar’ zou zijn, hoort ook de vraag op tafel te komen hoeveel publiek zorggeld vastzit bij private uitvoerders van een publiek stelsel. Waarom is het eigen risico een vanzelfsprekende knop om aan te draaien, terwijl overreserves, solvabiliteit, premiesturing, contracteermacht en de rol van zorgverzekeraars nauwelijks deel uitmaken van de morele afweging?

Politieke keuzes
Tekorten in de zorg en het hoger eigen risico zijn geen natuurverschijnsel. Ze zijn mede het gevolg van politieke keuzes, bekostigingsmodellen, budgetplafonds, contractering, pakketbeheer en de gedachte dat zorg tegelijk markt, publieke voorziening, verzekeringsproduct en begrotingspost kan zijn. De zorg is echter een interactie tussen mensen, een vertrouwensrelatie, gegeven in een concrete context, aan iemand die kwetsbaar is. Zorg is geen declaratiecode, risicoprofiel of kostenpost. Goede zorg zijn geen spreadsheets, prikkels en begrotingsregels.

Het zorgsysteem is dus ernstig ziek en wordt zorgvuldig in stand gehouden door managers die hun eigen inkomsten veiligstellen door stijgende zorgkosten als natuurfeit te presenteren, niet transparant te zijn over hun eigen kosten, alternatieve vragen te laten liggen en de rekening consequent bij de patiënt te leggen. Iedereen moet zich aanpassen aan het systeem: patiënt, mantelzorger, zorgverlener, huisarts, specialist en gemeente. Alleen het systeem zelf lijkt zelden onderwerp van behandeling.

WAAR BLIJFT UW PREMIEGELD? – Zorgverzekeraars behalen hoogste resultaat per verzekerde in jaren

De zorgverzekeraars hebben in 2025 een historisch hoog financieel resultaat behaald. Per verzekerde bleef er gemiddeld 92 euro over, het hoogste bedrag in ten minste vijf jaar. Dit blijkt uit een recente analyse van Kompas in Zorg en BS Health Consultancy.

Zorgverzekeraars steken de winst weer in het eigen vermogen dat in 2025 weer flink is gestegen. Zo groeide het eigen vermogen bij VGZ en ONVZ met maar liefst 19 procent. Het eigen vermogen van Zorg en Zekerheid groeide het minst, namelijk met 6 procent.

VGZ +19 procent 578 miljoen euro
ONVZ +19 procent nog niet gepubliceerd
Menzis +14 procent 230 miljoen euro
Salland +11 procent 10,3 miljoen euro
DSW +9 procent 26 miljoen euro
CZ +8 procent 243 miljoen euro
Achmea +8 procent 249 miljoen euro en keert 415 miljoen uit aan aandeelhouders
Zorg en Zekerheid +6 procent 25,6 miljoen euro

Ook in 2024 groeide het eigen vermogen bij vrijwel alle zorgverzekeraars, toen vooral dankzij beleggingsresultaten. Maar in eerdere jaren moest er vaak ten minste één verzekeraar interen op het eigen vermogen. In 2022 gold dat voor elke verzekeraar.

De sterke toename van de winst wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door wat de zorgverzekeraars overhouden aan premies. In 2024 hielden zorgverzekeraars nog op 21 euro per verzekerde over, in 2025 steeg dat naar 66 euro. Terwijl de premies en bijdragen met gemiddeld 5,4 procent toenamen (tot 3.654 euro per verzekerde), betaalden zorgverzekeraars juist minder aan zorgkosten uit: slechts 3.512 euro per verzekerde (3,9 procent).

De bedrijfskosten van de zorgverzekeraars zelf stegen met 4,6 procent. Per verzekerde waren de zorgverzekeraars gemiddeld 99 euro kwijt.

Zorgverzekeraars beleggen ook met uw premiegeld. Het resultaat daarvan nam juist af. In 2025 bedroeg dit 26 euro per verzekerde, tegenover 39 euro in het voorgaande jaar.

bron: SKIPR

Steeds meer bewijs: leefstijl is bepalend voor gezondheid

Het wetenschappelijke bewijs dat leefstijl bijdraagt aan de behandeling van diverse chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, mentale klachten en hart- en vaatziekten neemt steeds toe. Toch wordt er nog niet veel mee gedaan. Veel mensen met klachten lopen daardoor vast in medicijnen, behandeling en ingreep, zonder blijvende verbetering van hun gezondheid.

Een groot aantal experts van onder andere TNO, UMCNL (voormalig NFU), Vereniging Arts & Leefstijl en Patiëntenfederatie Nederland stelden een vernieuwde Kennisbundel Wetenschappelijk Bewijs Leefstijlgeneeskunde van Lifestyle4Health en de Coalitie Leefstijl in de Zorg op. Beleidsmakers en zorgbestuurders worden dringend opgeroepen om leefstijl een integraal onderdeel van de behandeling te maken.

Het aantal mensen met een chronische ziekte in Nederland blijft stijgen. Volgens het RIVM zal het aantal mensen met tenminste 1 chronische aandoening de komende 25 jaar met 1,5 miljoen toenemen tot bijna 12 miljoen in 2050. Steeds duidelijker blijkt dat leefstijl (de manier van leven) daar een grote rol in speelt. De nood is hoog: de zorgkosten stijgen naar verwachting van €113 miljard in 2022 naar €202 miljard in 2050. Ziekenhuiszorg is de grootste post.

Leefstijlinterventies zijn effectief
De nieuwe bundel presenteert de belangrijkste wetenschappelijke onderzoeken van de afgelopen vijf jaar naar effecten van leefstijlinterventies bij chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, obesitas, kanker, mentale klachten en dementie. Waar de eerste bundel uit 2019 vooral een verkenning was, laat deze update zien hoe snel het bewijs groeit dat leefstijl bijdraagt aan herstel en zelfs bij ongeneeslijke aandoeningen helpt bij beter functioneren. De kennis over leefstijlgeneeskunde is de afgelopen 6 jaar minstens verdubbeld tot verdrievoudigd, zowel wetenschappelijk als in beleid en praktijk. Leefstijlinterventies – zoals in voeding, beweging, slaap, ontspanning en sociale verbondenheid – zorgen bijvoorbeeld voor meer welzijn, minder pijn of minder medicatiegebruik.

Speerpunten zijn

  • samenwerken van zorg, beleid en samenleving
    leefstijlinterventies moeten voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk zijn
  • leefstijl bespreekbaar maken met patiënten
    patiënten gaan leefstijl belangrijker vinden en hebben hulp nodig van zorgverleners
  • het systeem moet veranderen: beleid, omgeving en maatschappij moeten gezondheid centraal stellen
    beleid bepaalt de omgeving en de omgeving is voor 96% bepalend voor gedrag
    de zorgomgeving moet meer gezonde keuzes aanbieden, zoals rookvrije instellingen, beweegvriendelijke ruimtes en gezond voedingsaanbod

10 jaar ‘product financiering’ bij lage rugklachten: duurder maar niet beter


Ruim tien jaar geleden introduceerde zorgverzekeraar VGZ een nieuwe vorm van bekostiging binnen de fysiotherapie: product financiering voor lage rugklachten.
Alleen praktijken die zich aansloten bij deze geselecteerde verenigingen konden deelnemen aan het programma. De aangesloten praktijken werden als “betere fysiotherapie” neergezet, wat leidde tot felle reacties in het veld.
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), nam dit hoog op. De suggestie dat niet-aangesloten praktijken kwalitatief ondermaats zouden zijn, werd als denigrerend en ongefundeerd beschouwd. Toenmalig VGZ-voorzitter Ab Klink werd ter verantwoording geroepen.
Na een stevig overleg werd besloten dat VGZ zou stoppen met het voeren van deze misleidende reclame. De kwalificatie “betere fysiotherapie” verdween uit de communicatie.

We zijn nu tien jaar verder. De centrale vraag is, leidt deze alternatieve bekostiging tot betere zorg? De uitkomsten van de evaluatie zijn kraakhelder:
Geen beter zorgresultaat: geen verschil met het traditionele vergoedingssysteem in termen van patiëntenervaringen, resultaat van de behandeling, duur van de therapie of het aantal behandelsessies.
Wel hogere kosten: significant hoger dan bij het reguliere systeem.
Wel meer recidieven: opvallend hogere aantal terugkerende klachten (recidieven) bij patiënten in het product financieringsmodel.

Ab Klink werd gevraagd waarom hij destijds zo overtuigd was van de meerwaarde van product financiering. Zijn antwoord was opmerkelijk: “Door de productafspraak tekent de zorgverlener er ook voor dat bij een recidive binnen 12 maanden deze gratis moet worden behandeld.”
Bij hernieuwde rugklachten maakte het dus niet uit wat de oorzaak was, de fysiotherapeut werd contractueel verplicht op eigen kosten te behandelen.

De contracten voor 2026 staan voor de deur. De tarieven liggen al tientallen jaren ver onder een normaal en verantwoord niveau, terwijl de verplichtingen die door de zorgverzekeraars worden opgelegd zich elk jaar meer opstapelen. De zorg loopt leeg. Legt de zorgverzekeraar de uitkomsten naast zich neer?
Worden inefficiënte en dure systemen, registers en verenigingen in stand gehouden? Gaan ze door met regelingen die ten kosten gaan van zorgverleners en slecht zijn voor de zorg?

Ook Medisch Specialisten en KNMG trekken zich terug uit adviesraad Zorgkaart Nederland

Zorgkaart Nederland is opgezet om mensen onafhankelijk te informeren over zorginstellingen en zorgverleners. De onafhankelijkheid van reviews wordt steeds meer in twijfel getrokken. In april 2025 stappen nu ook medisch specialisten en KNMG uit adviesraad Zorgkaart

De Federatie Medisch Specialisten (FMS) en artsenfederatie KNMG nemen per direct niet langer deel aan de adviesraad van de recensiewebsite ZorgkaartNederland. De federaties hebben ‘onvoldoende vertrouwen’ dat zij via de raad verdere verbeteringen kunnen doorvoeren in het, door artsen al langer bekritiseerde, platform.

Hoewel de FMS en KNMG in de beginjaren merkten dat hun deelname tot verbeteringen van de website leidde, is dat inmiddels niet voldoende meer het geval, schrijven de FMS en de KNMG in hun gezamenlijk persbericht. De FMS en KNMG hebben niet het vertrouwen dat zij nog verbeteringen kunnen doorvoeren ‘om zorgverleners beter te beschermen tegen kwetsbare posities als gevolg van individuele, moeilijk te verifiëren reviews’. Wel blijven de FMS en KNMG ‘op bestuurlijk niveau in gesprek’ over hoe ZorgkaartNederland voor iedereen toegevoegde waarde zou kunnen hebben. De federaties zaten sinds de oprichting in 2009 in de adviesraad van Zorgkaart ‘met als doel de kwaliteit en betrouwbaarheid van de reviews te borgen’.

Patiëntenfederatie Nederland, waar ZorgkaartNederland deel vanuit maakt, geeft in een reactie op dit nieuws aan zich te beraden op de manier waarop zij gaan samenwerken met andere zorgorganisaties. ‘Wij zien grote waarde in die samenwerking met vertegenwoordigers van zorgaanbieders, maar constateren ook dat er verschillen van inzicht zijn over de koers en functie van het platform’, aldus de federatie op haar website. Daarnaast wijst de Patiëntenfederatie erop dat ‘de sectoren vanwaaruit de meeste kritiek klinkt op ZorgkaartNederland het verst achterblijven met het geverifieerd meten’. Geverifieerd meten is een methode waarbij Zorgkaart ‘100 procent zeker’ weet dat de inzender van de waardering daadwerkelijk in behandeling was bij de zorgverlener.

Huisartsen

Vorig jaar oktober stapte de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) al uit de adviesraad. Kort daarna riep de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen alle organisaties op om uit de adviesraad te stappen.

BRON: Medisch Contact

Fysiotherapie in gevaar

De situatie in de fysiotherapie wordt steeds zorgwekkender. Ondanks jarenlange waarschuwingen van het KNGF en andere beroepsverenigingen blijven zorgverzekeraars tarieven betalen die ver onder de kostprijs liggen. Het gevolg? Steeds meer jonge fysiotherapeuten verlaten het vak, waardoor de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg onder druk komen te staan. Minimaal €50 per zitting is nodig om de sector te laten overleven! De fysiotherapie moet het al tientallen jaren met ongeveer de helft doen.
Zorgverzekeraars zoals Zilveren Kruis, Achmea en VGZ herkennen de trend niet en geven aan dat hun taak vooral is om de poliskosten laag te houden. Dit laat zien waar de prioriteiten liggen: kosten boven kwaliteit van zorg. Je zal maar verzekerd zijn bij zo’n verzekeraar.

In het maartnummer van het blad Arts en Auto is uitgebreid aandacht voor de problematiek in de paramedische sector. In zijn redactioneel schetst hoofdredacteur Martijn Reinink het verontrustende beeld van een wankelende paramedische sector. In een ander artikel komt een fysiotherapeut aan het woord die het perspectief schetst vanuit medewerkers in loondienst (belachelijk lage beloning en een fatsoenlijke CAO is niet eens mogelijk) waarna de voorzitter van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) Lodi Hennink en voorzitter van het Paramedisch Platform Nederland (PPN) Bianca Rootsaert aan het woord komen. Het artikel geeft een helder en accuraat beeld van de situatie in de paramedische sector. Onder andere op basis van het artikel in Arts en Auto heeft VVD-Kamerlid Judith Tielen Kamervragen gesteld over de kwestie. Zij wil van het kabinet weten welke stappen zij gaat nemen om eerlijke tarieven te waarborgen en zo de toekomst van de fysiotherapie veilig te stellen. Fijn dat er wederom vanuit de politiek support is voor de paramedische sector en de fysiotherapie in het bijzonder. Het kabinet en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) mogen dit niet wéér wegwuiven.

Machtsspel

De beroepsvereniging KNGF zit klem. Er lijkt een soort herenakkoord te zijn, dat niet verstoord mag worden. Praten over marktfalen en lage tarieven mag wel, net als nette brieven en beleefde verzoeken aan de NZa, maar met de vuist op tafel slaan wordt direct afgestraft door het machtsblok van verzekeraars, terwijl juist die de hele zorg al jaren dicteren en de tarieven alleen maar laten afhangen van wat er bij hen ‘uit kan’. Natuurlijk allemaal onder het mom dat het anders te duur zou worden voor de verzekerde.

Is het de paramedische sector die wankelt of is het de hele zorg ? Het lijkt er meer op dat de samenleving wankelt.
De samenleving zal, met een toenemende vergrijzing en een tekort aan personeel in de zorg, in de problemen komen. Het is dus een probleem van ons allemaal.

Fysiotherapie is cruciaal in de zorg

Fysiotherapie is geen tweederangs zorg. Of tweede keuze. Fysiotherapie is kwalitatief hoogwaardige zorg die zorgkosten op de langere termijn en in de tweede lijn kan besparen. Fysiotherapie is ontzettend belangrijk voor de samenleving. En niet alleen in Nederland. Voorzitter Rik Dawson van de Australian Physiotherapy Association Association geeft op LinkedIn helder het belang van fysiotherapie aan. Fysiotherapie moet toegankelijk zijn voor iedereen en levert een cruciale bijdrage aan de zorg. Dat geldt natuurlijk breder voor de hele paramedische sector en de zorg in het algemeen. Ook in Australië is de politiek aan zet.

In een open brief aan minister Fleur Agema roept de fysiotherapie op om lef te tonen: “U gaf het zelf aan in uw speech. Lef te tonen om het anders te doen en te innoveren. We moeten het samen doen. En ja, kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg die beschikbaar is voor iedereen die zorg nodig heeft is een uitdaging. Helemaal als we zorgprofessionals ook een fatsoenlijk salaris willen betalen. Een gezamenlijke visie en aanpak is belangrijk. Het zal niet altijd gemakkelijk gaan, maar ik geloof dat het kan.”

Dit kan zo niet langer! Steun de fysiotherapie en deel dit bericht. Zorg moet toegankelijk én van hoge kwaliteit blijven!

#RedDeFysiotherapie #EerlijkeTarieven #KwaliteitBovenKosten

Helft praktijkhouders overweegt te stoppen

De toekomst van de eerstelijnszorg in Nederland is in gevaar. Dit is een van de conclusies van de meest recente Kleinbedrijf Index Fysiotherapie. Uit het onderzoek blijkt dat 54% van de praktijkhouders overweegt te stoppen, terwijl 17% zelfs al actief bezig is met de verkoop van de eigen praktijk. Dit percentage ligt fors hoger dan het gemiddelde in het midden- en kleinbedrijf (31%).

De belangrijkste oorzaken zijn financiële onzekerheid, toenemende regelgeving en hoge werkdruk. De aangekondigde handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2025 vergroot de onrust nog verder.

De onderzoekers waarschuwen dat grootschalige sluiting van fysiotherapiepraktijken de toegankelijkheid van fysiotherapie ernstig kunnen bedreigen. Zij roepen de politiek op snel in te grijpen om de sector te beschermen.

Uit een poll van het AD onder 10.000 respondenten blijkt, dat 62% vindt dat er snel een cao met een behoorlijk salaris moet komen voor fysiotherapeuten. De lage salarissen in Nederland leiden steeds vaker tot uitstroom naar het buitenland, waar het salaris minimaal dubbel hoog is als in Nederland. ‘De salariëring in Nederland is echt belabberd geregeld’, laten fysiotherapeuten in Zwitserland weten. Steeds meer fysiotherapeuten kiezen voor betere arbeidsvoorwaarden in het buitenland.

Consumentenbond waarschuwt: zorgverzekeraars doen nog steeds aan koppelverkoop

Zorgverzekeraars doen nog steeds aan koppelverkoop bij polissen die voor iedereen afsluitbaar zijn. Wil je een ruime aanvullende verzekering, dan wordt je verplicht een duurdere basisverzekering af te sluiten. En ook al heb je een dure basisverzekering dan mag je die niet altijd combineren met een gering aanvullend pakket. Je moet dus meer betalen voor je basispolis om toegang te krijgen tot uitgebreidere aanvullende verzekeringen. De Consumentenbond vindt dat er een verbod moet komen op koppelverkoop.

Verzekeringsconcerns voeren allemaal ten minste 1 label met koppelverkoop. Koploper in negatieve zin is Achmea met 3 zorglabels: De Friesland, FBTO en Interpolis. Voor CZ (Nationale-Nederlanden), Menzis en VGZ (Univé) is dat bij 1 label het geval. Daarnaast maken ook ONVZ en Zorg en Zekerheid zich schuldig aan koppelverkoop.

Wettelijk is het niet verboden, maar in 2024 keurden de toezichthouders ACM en NZa koppelverkoop af. In 2006 werd marktwerking in de zorg ingevoerd en zou het beter worden tegen lagere kosten. Met het rookgordijn van de grote hoeveelheid aanvullende verzekeringen, het bewust afbreken van collectiviteit, het uitholen van de dekking, de stijgende premies, de enorme reserves die verzekeraars wegsluizen, de hoge eigen kosten die verzekeraars van de premiegelden afromen, het jarenlange wantrouwen en onderbetalen van zorgverleners, begint zich een ander beeld af te tekenen. Iemand profiteert, maar niet de consument en niet de zorgverlener.

Hoge extra kosten voor weinig vergoeding

De verplichting een duurdere basisverzekering te nemen leidt niet zelden tot hogere totaalkosten. De Consumentenbond rekent voor dat je bij tandartsverzekeringen van FBTO en Menzis al gauw zelf méér betaalt aan premie dan de maximale vergoeding die je kan krijgen.

Waar moet je op letten?

Vooral als je een ruime vergoeding voor bv tandartskosten wilt of als je veel behandelingen fysiotherapie nodig hebt. Misschien ben je bij een andere verzekeraar goedkoper uit. Of is het voordeliger bepaalde zorgkosten zelf te betalen.

TIP: Vergelijk altijd eerst alleen de basisverzekering. Dan weet je wat die kost. Je kan dan gemakkelijker zien of je gedwongen wordt een duurdere basisverzekering te nemen bij een uitgebreidere aanvullende verzekering en uitrekenen of extra premie voor een aanvullende verzekering opweegt tegen de vergoeding die je ontvangt.

Wist je …

1. … dat je vrij bent in de keuze van zorgverzekeraar:

Je bent niet verplicht een aanvullende verzekering af te sluiten bij dezelfde zorgverzekeraar als je basisverzekering.

Bv je mag een basisverzekering bij DSW afsluiten en een aanvullende verzekering bij ONVZ.

2. … dat je meerdere aanvullende polissen naast elkaar mag afsluiten

Je mag meerdere aanvullende polissen naast elkaar af te sluiten bij verschillende zorgverzekeraars. Dit biedt je flexibiliteit om je dekking te optimaliseren.

3. … dat je kosten kan besparen door gesplitste polissen

Het kan goedkoper zijn om twee AV-polissen met minder fysiotherapiezittingen af te sluiten dan één polis met veel behandelingen. Bv.

 • De goedkoopste AV voor 12 zittingen fysiotherapie (=ASR Start polis) kost €20,95 per maand.

 • Door twee polissen af te sluiten, zoals Zilveren Kruis ZieZo (6 behandelingen voor €6,75) en OHRA Compact polis ( 6 behandelingen voor €6,25 ), kom je uit op €13,00 per maand voor 12 behandelingen. Dit bespaart je €7,95 per maand (ca €100 per jaar per persoon).

BRON: Consumentenbond, december 2024

Gemeenten boos over bezuinigingen zorg, stappen uit zorgakkoord

De Nederlandse gemeenten stemden in de algemene ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met 93,4 procent voor een resolutie om te stoppen met de samenwerkingstappen met het kabinet en de zorgsector om de gezondheidszorg toegankelijk en betaalbaar te houden. De belangrijkste reden is de bezuiniging van het kabinet op gemeentelijke budgetten voor gezondheidsprojecten.

Het besluit is het volgende probleem voor het kabinet en de zorgsector in het algemeen. Eerder weigerden huisartsen al mee te doen aan het Integraal Zorgakoord (IZA). Met het terugtrekken van de gemeenten komt de uitvoering van het IZA andermaal in gevaar. En dit is vooralsnog de enige strategie om de zorg tot 2040 voor iedereen overeind te houden.

Gemeenten moeten via het zogeheten sociaal domein, waaronder bijvoorbeeld schuldhulpverleners en jeugd- en maatschappelijk werkers vallen, een deel van de groeiende behoefte aan medische hulp bedwingen.
Zo zou duurdere zorg van psychiaters en psychologen voorkomen moeten worden.

De afgelopen jaren moesten gemeenten door het verbeteren van de leefomstandigheden en leefomgeving aan preventief gezondheidsbeleid doen. Een beter algemene welzijn van burgers, verkleint de kans op langdurig zorg. Het gaat hierbij om mensen weer aan het sporten te brengen of buurthuizen voor ouderen om eenzaamheid tegen te gaan.

Aanvullend op het zorgakkoord werd daarom door het vorige kabinet een tweede akkoord gesloten, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), waarin gemeenten tot 2026 jaarlijks 300 miljoen euro extra kregen om de leefomgeving voor hun burgers te verbeteren.

Financieel ravijnjaar
Het kabinet-Schoof wil echter bezuinigen op deze financiële middelen, tot groot ongenoegen van de gemeenten. Ze verwachten bovendien nog meer financiële tegenspoed. Vanaf 2026 dreigen ze miljarden euro’s uit het gemeentefonds mis te lopen.

Ook ziekenhuizen komen in toenemende mate in financiele moeilijkheden en dreigen uit het IZA te stappen.

De gemeenten hebben te maken met onafgemaakte plannen van het vorige kabinet. Rutte IV wilde vanaf 2026 ingrijpend bezuinigen op het gemeentefonds, een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeenten. De belofte was wel dat er een nieuw financieringssysteem zou komen om gemeenten financiële stabiliteit te geven.

Maar na de val van dat kabinet in 2023 zijn plannen voor de overgang naar een nieuw financieringssysteem niet afgemaakt. Ondertussen houdt het oude systeem in 2026 op te bestaan en dreigen de gemeenten in één klap zo veel geld te verliezen dat sluitende begrotingen onmogelijk worden. Ze noemen het jaar 2026 al enige tijd een “financieel ravijnjaar”.

‘Gelijkwaardige partij’
De gemeenten wijzen erop dat ze in het Integraal Zorgakkoord stapten onder de belofte dat zo’n ravijnjaar zou worden voorkomen én dat er structureel geld zou komen voor preventie en gezondheidsbeleid. Een oplossing voor 2026 is nog niet in zicht en zorgminister Agema bezuinigt op preventie en publieke gezondheid.

Ook de fysiotherapie loopt al tientallen jaren op tegen ongelijkwaardigheid. Overheid en zorgverzekeraars bepalen alles samen. Fysiotherapeuten worden gedwongen te tekenen bij het kruisje en krijgen onredelijke, eenzijdige voorwaarden en een absurd laag tarief.

De minister betreurt het besluit an de gemeenten om zich terug te trekken, zegt ze in een reactie. “De zorg kent grote uitdagingen en de IZA-partijen zetten hier samen hun schouders onder. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. Ze zijn altijd welkom om terug te keren aan tafel.”

Volgens Nathalie Kramers, wethouder in Leeuwarden en bestuurslid van VNG, zijn de gemeenten niet alleen vanwege de bezuinigingen uit het akkoord gestapt. Het is volgens haar ook belangrijk dat gemeenten als gelijkwaardige partij aan tafel zitten met partners zoals zorgverzekeraars en het ministerie. Bovendien vindt ze dat het niet alleen dit ministerie is dat de kar moet trekken, maar dat zorg en preventie de aandacht van het hele kabinet vereist.

BRON: NOS

Weer dwingt rechter zorgverzekeraars tot hogere tarieven

Meerdere zorgaanbieders in de orthopedische schoentechniekbranche hebben in een rechtszaak tegen zorgverzekeraar CZ veel hogere tarieven gekregen voor 2025. De advocaten van de zorgaanbieders zien het winnende vonnis als een belangrijke stap richting betere tarieven voor alle zorgaanbieders.

Met de uitspraak van de rechtbank van Zeeland-West-Brabant van 6 november moet CZ de tarieven voor december 2024 met 16 procent verhogen en voor het jaar 2025 met 20 procent.

Een ander kort geding tegen VGZ van dezelfde zorgaanbieders resulteerde in een schikking, waarbij per 1 januari 2025 een tariefsverhoging van meer dan 20 procent is overeengekomen.

Niet redelijk
Uit de rechtspraak tegen CZ blijkt dat zorgverzekeraars bij hun inkoopgedrag voldoende rekening moeten houden met de ‘gerechtvaardigde belangen’ van de zorgaanbieder. Zorgaanbieders stelden in de zaak dat zorgverzekeraar CZ de tarieven niet heeft geïndexeerd, terwijl zij wel te maken hebben met hoge, niet voorziene kostenstijgingen. Advocaat Koen Mous heeft meegewerkt aan de zaak. Op LinkedIn zegt hij: “Het is niet redelijk dat zorgaanbieders hiervan de dupe zijn.”

Zilveren Kruis
In juli 2024 is zorgverzekeraar Zilveren Kruis veroordeeld tot het zo spoedig mogelijk aanpassen van de meerjarige contracten 2024/’25 met eerstelijnsdiagnostiek-aanbieders vanwege het niet volledig doorberekenen van de OVA én het niet indexeren van materiële kostenstijging bij zorgaanbieders, zo valt te lezen in het STAR-arrest. Dit alles op straffe van een dwangsom, die opliep tot 1 miljoen euro. Zilveren Kruis heeft na de uitspraak van het Gerechtshof de tarieven voor eerstelijnsdiagnostiek-aanbieders aangepast.

Advocaat Diederik Schrijvershof van Maverick Advocaten, die de zeventien eerstelijnsdiagnostiek-aanbieders vertegenwoordigde, dacht toen al dat de uitspraak duurzame gevolgen zou gaan hebben voor alle zorgverzekeraars en dat alle sectoren daar hun voordeel mee kunnen doen: van ziekenhuizen, apotheken, gehandicaptenzorgaanbieders tot orthopedische schoenmakers.

BRON: skipr