Een ander zorgstelsel zou financieel onhaalbaar zijn. Dat zou dertig miljard euro duurder zijn. Het getal wordt gebruikt om elk gesprek over alternatieven voor de Zorgverzekeringswet bij voorbaat te smoren. Het is immers door het Centraal Planbureau berekend.
Maar niets is minder waar. Voor dit bedrag is geen enkele onderbouwing en is ook nog eens (bewust?) veel te hoog.

Alternatief: Nationale Zorgfonds
Volgens plannen van het Nationaal Zorgfonds zou zomaar 2,7 miljard euro bespaard kunnen worden, verdeeld over vijf posten:

  • het afschaffen van de zorgverzekeraars (1 miljard)
  • het terugdringen van bureaucratie (2 miljard)
  • het afromen van farmaceutenwinsten (1,5 miljard)
  • het aanpakken van zorgcowboys (5 miljard)
  • het in loondienst brengen van medisch specialisten (0,2 miljard)

Eigen risico
In het huidige stelsel leidt het eigen risico van 385 euro tot zorgmijding en dat leidt achteraf weer tot complexere en duurdere zorg.
In Nederland is weinig onderzoek hiernaar, in het buitenland overweldigend veel.
Het CBP rekent voor dat afschaffen van het eigen risico de zorg onbetaalbaar zou maken, maar er is niets bekend over gezondheidseffecten, laat staan een Nederlands bedrag per ziektebeeld. Wèl is bekend, dat het hoge eigen risico weliswaar minder zorggebruik geeft, maar dat er juist hogere kosten ontstaan bij instanties als UWV, de Wmo en de
werkgever; maar die worden netjes buiten het model waarmee het CBP rekent gehouden. De onbetaalbaarheid wordt dus berekend zonder de vermeden maatschappelijke kosten mee te wegen.

Andere landen hebben het niet alleen onderzocht, er zijn al volop aanpassingen doorgevoerd, zodat het systeem daadwerkelijk winst oplevert. Voor Overheid en burger.

In Nederland houdt de NZa toezicht op de kosten van het huidige stelsel, maar houdt een stelsel in stand die zorgpersoneel verplicht rond 40 procent van de tijd te besteden aan registratie en administratie. Verder blijkt de NZa er eigenzinnige rekenmethoden op na te houden, die niet met de realiteit op de werkvloer overeenkomen.

Wantrouwen
Het huidige bekostigingsstelsel is gebouwd op controle en verantwoording, is dus gebaseerd op wantrouwen naar zorgpersoneel.

Reserves
In het debat over een nieuw zorgstelsel gaat het vrijwel altijd over de kosten. Critici waarschuwen voor miljardennota’s en onbetaalbare transities. Hervormers zoeken naar sluitende begrotingen op basis van theoretische besparingen. In die discussie
wordt één factor stelselmatig over het hoofd gezien: het kapitaal dat binnen het huidige stelsel al is opgebouwd.
Het gaat om de reserves van de zorgverzekeraars, een pot met publiek geld waar inmiddels ruim 13 miljard euro in zit.

Zorgverzekeraars vertellen steeds dat ze onder constante druk staan, werken met flinterdunne marges en stijgende zorgkosten die de verzekeraars tot het uiterste dwingen. Maar de werkelijkheid is anders.

Wettelijk moeten verzekeraars een minimum kapitaal aanhouden om onverwachte tegenvallers op te vangen. Een ratio van 100 procent betekent dat een verzekeraar genoeg reserve heeft. De grote zorgverzekeraars zitten rond de 140 tot 160 procent.

In een jaar waarin de sector kraakte onder inflatie en personeelstekorten, groeide het eigen vermogen van de zorgverzekeraars fors. Bij VGZ en ONVZ nam het met 19 procent toe. Zorg en Zekerheid groeide het minst, met 6 procent. Over 2025 boekten
de zorgverzekeraars gemiddeld 92 euro resultaat per verzekerde, het hoogste bedrag in
jaren.

De ruime reserves zijn volgens verzekeraars nodig om premiestijgingen te dempen, maar dat wordt niet gedaan. Immers, het eigen vermogen neemt alleen maar toe.

De Overheid zou ook niet aan dat geld mogen komen. Verzekeraars zijn immers private ondernemingen, het geld zou dus van hun zijn. Maar dat kapitaal is wettelijk bedoeld voor de uitvoering van de publieke Zorgverzekeringswet. Het geld zit dus vast in het stelsel.

Een nieuw stelsel?
Transitie naar een nieuw stelsel wordt als ‘te duur’ neergezet, maar is dat niet. Andere landen hebben dat al gedaan en het werkt. En is goedkoper. Nederland kan ervan leren

– Marktwerking leidde tot fragmentatie en zorgongelijkheid.
– Het afbouwen van marktwerking geen kapitaalvernietiging hoeft te zijn.
– Een halfslachtig compromis, waarin private verzekeraars hun grip houden terwijl de overheid er regels bovenop legt, de kern van het probleem onaangeroerd laat. Het systeem wordt er complexer en duurder van.
– De opstartkosten van een centrale rijksdienst vallen weg tegen de structurele besparingen die optreden wanneer de marketingkosten van verzekeraars verdwijnen, de winstcompensaties vervallen en de administratieve druk afneemt richting het niveau van publieke single-payer stelsels.

Inkomensafhankelijk
In een publiek model, zoals het single-payer model van het Nationaal ZorgFonds, verdwijnt de nominale premie. De basiszorg wordt dan gefinancierd via een inkomensafhankelijke, progressieve bijdrage die via de belastingen wordt geïnd.

Het afschaffen van het eigen risico betekent voor het individuele huishouden dat de financiële drempel aan de poort van de zorg wegvalt. Gezinnen met een chronische ziekte hoeven niet meer elk jaar standaard de eerste 385 euro af te tikken.
De zorgtoeslag kan vervolgens worden afgeschaft, inclusief de administratie en de terugvorderingen die eraan vastzitten.

Maatschappelijk winst
Wanneer zorg niet langer uitgesteld wordt om geld, zullen eenvoudige klachten niet escaleren tot complexe, acute aandoeningen. Dat scheelt persoonlijk leed en voorkomt dure zorg via de spoedeisende hulp of langdurige ziekenhuisopnames.

BRON: //duurzamezorg.jimdofree.com/2026/07/04/veranderen-van-zorgstelsel-voor-dummies-nu-downladbaar/