Spring naar de hoofdinhoud

Fysiotherapeuten willen minimumtarief om leegloop te vermijden

De zorg loopt leeg. De toegang tot fysiotherapie, maar eigenlijk de hele zorg komt ernstig in gevaar.

Voorzitter Lodi Hennink van het Koninklijk Nederlands Gezelschap voor Fysiotherapie (KNGF) heeft hierover op 5 november een brief verstuurd aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Gebeurt er niets, dan dreigt de toegang tot fysiotherapie volgens hem zwaar te verslechteren en de zorg verder vast te lopen.

Marktwerking
In 2006 werkt in de zorg marktwerking ingevoerd, te beginnen met de fysiotherapie. Er zouden vrije tarieven en onderhandelingen met de zorgverzekeraars komen. Dat leek aanvankelijk aantrekkelijk voor alle partijen. Maar een belangrijke voorwaarde voor wijziging in het zorgstelsel is om een evaluatie of een proefperiode af te spreken. Dat dit niet is gebeurd, heeft er toe geleid dat de Overheid niet heeft kunnen bijsturen en de eerstelijns zorgverleners nu al bijna 20 jaar de negatieve gevolgen ervaren.

Alle macht bij de zorgverzekeraars
Zorgverleners hebben niet alleen een gedegen opleiding op HBO niveau afgerond, ze blijven doorleren. Fysiotherapie zit nu al dicht tegen universiteitsniveau aan. Ook neemt met de jaren hun kennis en ervaring toe.
Daarnaast is er steeds meer wetenschappelijk onderzoek, zijn meer (multidisciplinaire) richtlijnen ontwikkeld en wordt er voortdurend aan kwaliteitsverbetering gewerkt.

Zorgverzekeraars leggen sinds 2006 steeds meer eisen op, die volgens hen kwaliteitsbevorderend zijn. Zo worden zorgverleners verplicht avond en weekendopenstelling in te voeren (‘de client wil dat’), klantervaringen te verzamelen (PREM), zich te conformeren aan een BehandelIndex (waarvan de formule nog steeds geheim is), deel te nemen aan dataverzameling (om een te leren van collega’s, maar eigenlijk meer om tegen collega’s te kunnen worden afgezet).

Alle eisen hebben steeds alleen maar tijd en geld gekost en heeft de zorg niet kwalitatief verbeterd. In tegendeel. De zorgverlener wordt in toenemende mate opgezadeld met administratieve lasten, die tijdens de behandeling moeten worden uitgevoerd, maar vaak ook in eigen tijd en op eigen kosten. De zorgverzekeraars gebruiken de uitkomsten om te rechtvaardigen dat de zorgverleners te weinig doen aan kwaliteit en dus geen tariefsverhoging verdienen.

Kosten
De bevolking groeit, de levensverwachting is ook duidelijk hoger en dat heeft geleid tot een vergrijzing. Het gemiddelde aantal behandelingen per patiënt is gedaald, doordat zorgverleners tegen gewerkt of zelfs gestraft werden. De kosten die besteed worden aan fysiotherapie zijn nog steeds hetzelfde: staan al bijna 20 jaar rond de 1,5 miljard euro.

Fysiotherapeuten hebben hun patiënten niet in de kou gezet. Er worden meer mensen behandeld, ze worden behandeld met minder behandelingen met eenzelfde tevreden resultaat; de tevredenheid over behandeling, therapeut en praktijk is al jaren een 9 (zorgverzekeraars scoren een mager 6-je). De fysiotherapeuten leveren dus al jaren in. Niet alleen qua tarief, ook qua erkenning en werkplezier. In 2023 hebben niet voor niets 10 procent van de fysiotherapeuten (3000) het vak verlaten.

Zorgverzekeraars kwamen tot de ontdekking dat de marktwerking niet de winst gaf die verwacht was. Ze gingen over op risico beheersing en ontwikkelde steeds meer polissen. Hiermee doen ze afbreuk aan het systeem van verzekeren. Het principe van verzekeren is collectiviteit: lasten gezamenlijk dragen zodat op individueel niveau de kosten laag blijven. Door het aanbod van allerlei polissen gingen de mensen verzekeren als ‘kopen’ zien en werd de collectiviteit afgebroken. Hoe kleiner de verzekerde groep per polis, hoe groter de afbreuk is aan het principe van verzekeren.

Zorgverzekeraars kregen de opdracht de mensen duidelijk te maken dat zorg geld kost en stijgende kosten van de gezondheidszorg te beheersen, maar leggen deze beheersing volledig bij de zorgverleners neer. En juist niet bij de consument. Dit doen ze al bijna 20 jaar door de tarieven laag te houden.

Uitgaande van het tarief op 31 december 2005 (dus van vóór de marktwerking), zou met inflatiecorrectie in 2023 het tarief minimaal 43 euro moeten zijn. Dit is in lijn met het Gupta-rapport uit 2020. Dit onafhankelijke bedrijf onderzocht de kostprijs voor een reguliere behandeling fysiotherapie in 2018 in opdracht van diverse beroepsverenigingen en zorgverzekeraars! De uitkomst was een tarief van 34 euro. In 2018 was het door zorgverzekeraars werkelijk betaald bedrag ca. 25 euro. De uitkomst was niet bindend dus legden de zorgverzekeraars het onderzoek naast zich neer (ze hadden toegezegd ‘er rekening mee te houden’). Dat verschil is alleen maar groter geworden: in 2023 is een tarief van 43 euro passend en kostendekkend, zorgverzekeraars vergoeden 31 tot 34 euro. Veel pas afgestudeerde fysiotherapeuten verlaten het vak, omdat een andere baan meer oplevert in waardering, geld, tijd en werkplezier.

In de achterstandswijken is dit nog nijpender omdat de mensen die daar zorg gebruiken afhankelijk zijn van een stadspolis. Dat is voor de mensen met een minimum inkomen of lager een verzekering die hen de mogelijkheid geeft om zorg te krijgen die ze zonder steun vanuit de lokale overheden niet zouden kunnen betalen. Sociaal gebaar maar met de kanttekening dat de beloning voor het werk van de zorgverleners in die wijken ook erg laag is. Dat heeft op zijn beurt tot gevolg dat fysiotherapeuten het liefst in de welstandwijken gaan werken waar ze een hoger tarief krijgen omdat ze een ander contract met de zorgverzekeraars kunnen afsluiten. We stevenen dus af op een situatie dat de mensen met een hoog zorggebruik straks geen zorg meer kunnen krijgen in de wijk waarin zij woonachtig zijn. En dus alleen nog naar het ziekenhuis kunnen. En die zorg is vele malen duurder.

Niet alleen is er een verschil in beloning van fysiotherapeuten in welstandswijken en achterstandswijken. In de zieken-, verpleeg- en verzorgingshuizen is de vergoeding altijd hoger. Hierdoor ontstaat eveneens een leegloop uit de eerste lijn, maar nu naar de tweede (ziekenhuizen) en derde lijn (verpleeg- en verzorgingshuizen).

Paarse krokodil
Zorgverzekeraars zetten de zorgverleners onder druk door ze diverse overeenkomsten met verschillende verplichtingen aan te bieden. Elk jaar is dit een ontzettende administratieve last, ze worden gedwongen in het managerswereldje mee te doen: zorgverleners zijn helemaal niet opgeleid om ingewikkelde juridische documenten te doorgronden. Laat staan allerlei financiële consequenties te kunnen overzien. Zorgverlenerscontracten staan bol van gedicteerde eisen, er wordt niet overlegd, er valt niet te onderhandelen. Elk jaar zijn zorgverzekeraars ‘blij dat we samenwerken’. Niet tekenen wordt bestraft met een nòg lager tarief en pestgedrag als niet mogen declareren via internet.

Zorgverzekeraars zetten vol in op het controleren van zorgverleners. Veel mensen en veel geld worden besteed aan fraude onderzoek. Alleen, de opbrengst is bepaald magertjes. Ook de Overheid doet een duit in het zakje met de invoering van de Wet Toetreding AanbiedersZorg (WTZA). Ook hier weer gericht op fraude in de zorg te bestrijden. Wantrouwen overheerst. Tienduizenden eerste-lijns zorgverleners worden opgezadeld met extra administratieve lasten. En hogere kosten.

In oktober 2024 wordt bekend dat criminelen massaal de zorg misbruiken om al jaren heel veel geld weg te sluizen.

De zorg is ziek
Zorgverleners krijgen steeds meer administratieve eisen opgelegd, waardoor de tijd die aan patiënt of vakinhoud besteed kan worden steeds korter wordt. En daar heeft de zorgverlener aanvankelijk toch voor gekozen. En dat is waar de patiënten voor komen. En betalen.

Ook het systeem van eigen risico faalt. De prikkel is namelijk achteraf en veel later dan de geleverde zorg heeft plaatsgevonden.

En bovenal verzekeren zorgverzekeraars curatieve zorg en maar een heel klein deel preventieve zorg. In veel overeenkomsten met zorgverleners staat dat er alleen behandeld mag worden indien het medisch noodzakelijk is. Vanuit het oogpunt van die zorgverzekeraars misschien begrijpelijk. Maar een doodsteek voor de inzet van zorgverleners in het kader van preventie zoals deze onder andere in het Integraal Zorg Akkoord wordt gepropageerd.

Het huidige gezondheidssysteem houdt een perverse prikkel in stand door ongezond gedrag ook nog eens te belonen. Als je gezond wilt eten of gaat sporten om gezond te blijven mag je het zelf (dik) betalen, als je ongezond leeft en ziek wordt krijg je opeens alles vergoed !

Zorgpremies worden betaald om zorg te verzekeren. Toch blijft een groot deel van de ingelegde premie bij de zorgverzekeraar hangen. Directeuren, veel managers en nog veel meer personeel krijgen goed betaald (inclusief jaarlijkse inflatiecorrectie en zo ook een flinke toeslag voor Corona). Zorgverzekeraars mogen geen winst maken, toch liggen er miljarden op de plank. Dat worden reserves genoemd. De verzekerden krijgen steeds minder vergoed, want te duur.

Gevolgen
Als de zorg leegloopt zullen er tekorten ontstaan. Er is al een tekort aan huisartsen aan het ontstaan. Nu dreigt er ook een tekort aan fysiotherapeuten en ook andere (para)medische beroepen zullen weldra volgen. Juist de mensen in achterstandswijken die meer zorg nodig hebben, zullen dit als eersten gaan merken. Minder mensen betekent dat het streven van de politiek om de juiste zorg op de juiste plek te laten plaatsvinden, nu al gedoemd is te mislukken.

Het is voor de fysiotherapeuten niet meer mogelijk investeringen te doen in het verbeteren van de loonkosten, investeringen in opleidingskosten of benodigde apparatuur. Het is niet eens mogelijk een CAO in te voeren, die recht doet aan een passend salarisniveau. Voor werkgevers onbetaalbaar; dan zou de praktijk over de kop gaan. Hiermee komt de negatieve kant van de marktwerking naar boven. De effecten zijn een vermindering van zorgverleners in de eerstelijn, een grotere toeloop van zorggebruikers naar de tweede- en derdelijn. Uit het rapport De Basis op orde van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving blijkt dat 90% van de zorgvraag in de eerste lijn wordt opgelost tegen 4% van de totale kosten voor de Gezondheidszorg. De kosten van de tweede- en derdelijn liggen stukken hoger, waardoor de zorgkosten dus enorm zullen stijgen.

Vreemd
Er is al op meer gebieden marktwerking ingevoerd: openbaar vervoer, energiemarkt en internetproviders. Nog nooit is daardoor de kwaliteit verbeterd en de prijs gedaald. Managers hebben mooie praatjes, maar zijn helaas niet aansprakelijk voor de gevolgen. Anderen betalen altijd de rekening.

De hoge zorgkosten zouden veroorzaakt worden door de hogere levensverwachting. Dat is hooguit gedeeltelijk waar; eind 2024 wordt die zelfs naar beneden bijgesteld. Uit onderzoek blijkt dat 96 procent van wat we doen en laten wordt bepaald door omgevingsfactoren: luchtvervuiling, lichtvervuiling, geluidsoverlast, milieuvervuiling, straling, groenvoorziening, overbevolking, te weinig ruimte, last van buren en ongezonde levensstijl. Al deze zaken worden door Overheden bepaald. Toch wordt er altijd naar de burger gewezen. Geld gaat voor. De Overheid zal moeten omdenken. Nu eens beleid voor de lange termijn, zodat volgende generaties gezonder worden. Voor een gezonde leefstijl kunnen gemakkelijk direct maatregelen genomen worden. Geen halfslachtige maatregelen. Alleen een totaalpakket van een reclameverbod èn de BTW op groenten en fruit afschaffen èn een suikertaks invoeren zal helpen. Niet straks. Nu !

BRON: KNGF, LinkedIn

Regels controle en wantrouwen

Allerlei sectoren worden bedolven onder regels, in de zorg is het al jaren schrijnend: de bureaucratische regeldrift schiet zijn doel voorbij.

Zorgverzekeraars zijn ooit opgericht om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg te waarborgen, maar verzanden steeds meer in regels en protocollen. De oorspronkelijke waarde (het welzijn van de patiënt) raakt ondergesneeuwd onder een lawine van contractuele eisen en administratieve verplichtingen.

Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten

Iemands wantrouwen zegt vaak meer over de wantrouwende zelf dan over de ander. In de zorg betekent dit dat zorgverzekeraars zoveel regels opstellen omdat zij de zorgverleners niet vertrouwen om op een professionele, integere manier het werk te doen waar zij notabene voor zijn opgeleid. Ze behandelen hen alsof ze voortdurend gecontroleerd moeten worden, wat leidt tot een verstikkend systeem van administratieve overlast.

WAT IS BELANGRIJKER, HET MIDDEL OF HET DOEL?

Het doel is in dit geval het bieden van hoogwaardige zorg aan patiënten. Het middel – regels en normen – zou enkel moeten dienen om dat doel te bereiken. Maar in de praktijk lijkt het omgekeerde te gebeuren: de regels worden doel op zich. Zorgverzekeraars stellen steeds meer eisen in contracten, waardoor de zorgverlener in een administratief moeras terechtkomt, ver verwijderd van het werkelijke doel: het helpen van patiënten.

Een typisch voorbeeld hiervan is het aantal pagina’s van de contracten die grote zorgverzekeraars bij fysiotherapeuten gebruiken:
– ZKAchmea 21 pagina’s
– VGZ 26 pagina’s
– CZ 42 pagina’s
– Menzis 64 pagina’s

Deze aantallen pagina’s geschreven wantrouwen, spreken boekdelen. Hoe kan een fysiotherapeut zich richten op zijn eigen vak, op zorg, op de patiënt, als hij alle pagina’s aan contractvoorwaarden moet kennen en deze moet toepassen, die vaak ook nog eens per verzekeraar verschillen? Dit systeem dwingt zorgverleners in een keurslijf dat hen eerder belemmert dan ondersteunt.

Het zorgsysteem moet goed zijn voor de patiënt, niet voor het systeem

Het wantrouwen dat ten grondslag ligt aan deze regeldrift, is schadelijk voor alle betrokkenen. Niet alleen leidt het tot een verminderde efficiëntie en werkplezier bij zorgverleners, maar het doet ook afbreuk aan de relatie tussen zorgverleners en verzekeraars. Als elke interactie wordt beheerst door voorschriften en controle, ontstaat er een sfeer van achterdocht. Er is geen sprake van samenwerking.

Terug naar de essentie

Zorg dient de gezondheid van patiënten te verbeteren. De zorgsector moet zich ontdoen van overbodige bureaucratie en de focus weer leggen op de kernwaarden.

“ ALS DE NORM BELANGRIJKER IS DAN DE WAARDE, DAN IS HET EEN WAARDELOZE NORM. ”

Het is tijd dat zorgverzekeraars en beleidsmakers dit beseffen, actie ondernemen en niet alleen met mooie woorden beamen, om de groeiende regelzucht een halt toe te roepen. Want uiteindelijk gaat het erom wat het beste is voor de patiënt, niet voor het systeem.

BRON: robcast

Meer dan 3000 fysiotherapeuten gestopt

De zorg loopt leeg. Vorig jaar hebben meer dan 3000 fysiotherapeuten het vak verlaten. Dat meldt FDV-vakbondsvoorzitter Bob van Ravensberg in Hart van Nederland. ‘Dat is een afname van 10,8 procent ten opzichte van het jaar daarvoor,’ aldus Van Ravensberg. Als deze trend doorzet, is het de vraag of de fysiotherapeut over vijf jaar nog wel bestaat.

Het interview met Van Ravenberg is een reactie op een eerder onderzoek van FDV over de arbeidsvoorwaarden van eerstelijns fysiotherapeuten. Volgens de vakbond ligt het salaris tientallen procenten onder dat van collega’s in het ziekenhuis of in de ouderenzorg. Dit hangt mede samen met hogere kosten voor scholing, veel onbetaald overwerk en een relatief ongunstige pensioenregeling.

Vanwege de absurd lage tarieven (zorgverzekeraars betalen ‘wat hun uitkomt’) en de hoge en almaar stijgende kosten, hebben praktijkhouders geen enkele mogelijkheid geld te steken in ontwikkeling van hun personeel of innovaties. De jaarlijkse inflatie wordt niet eens gedekt, laat staan de enorme prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in oost Europa. Het is al tientallen jaren overleven, waarbij de praktijkhouder vaak minder inkomen voor zichzelf kan reserveren dan salaris voor zijn medewerker in loondienst. Het is natuurlijk volkomen absurd dat een goede CAO er niet kan komen omdat dat eenvoudigweg niet te betalen is voor praktijkhouders.

Uit verschillende onafhankelijke onderzoeken bleek jaren geleden al dat het tarief veel te laag was. Zorgverzekeraars hebben toegezegd dit mee te nemen in hun beleid, maar het enige dat ze tot nu toe gedaan hebben is zeggen ‘dat ze ernaar gekeken hebben’.

Afgelopen jaren hebben medewerkers van zorgverzekeraars wel allemaal loonsverhoging, inflatieaanpassing en zelfs inflatiecorrectie in verband met de oorlog tussen Ukraine en Rusland gekregen.

Dagelijks oefeningen helpt tegen borstkanker

Elke dag slechts 30 minuten oefening kan de kans om borstkanker te verslaan vergroten.

Onderzoekers van de Universiteit van Turku in Finland ontdekten, dat door dagelijkse oefeningen het niveau van witte bloedcellen die tumoren, virussen en bacteriën doden verhoogt. Met name lichaamsbeweging verhoogt cytotoxische T-cellen en natural killer-cellen.

Tijdens het onderzoek werden de voordelen van lichaamsbeweging onderzocht bij een groep van 20 vrouwen die recent waren gediagnosticeerd maar niet met behandeling waren begonnen. Ze fietsten elke dag 30 minuten op een fietsergometer en voor en na elke sessie werden bloedmonsters genomen.

De oefening verhoogde het niveau van de kankerbestrijdende cellen, terwijl kankerbevorderende cellen verminderden of hetzelfde bleven. Bij eerder onderzoek werd al ontdekt dat de cytotoxische T-cellen hun weg naar het tumorgebied vonden.

Wacht niet!
Bij vrouwen met grotere tumoren werden minder natuurlijke afweercellen gevormd. Hetzelfde gold voor vrouwen bij wie de kanker oestrogeen- of progesteronreceptorpositief was.
Wacht niet. Neem nu actie. Kom in beweging.

Lichaamsbeweging is het meest effectief in de vroege stadia van kanker. Beweeg je niet lekker, heb je lichamelijke klachten of wil je verantwoord op weg geholpen worden ? De fysiotherapeut is specialist in bewegen. Maak direct een afspraak en begin met bewegen.

Fysiotherapeuten rennen het vak uit

Fysiotherapeuten wordt een belangrijke rol in de toekomst van de zorg toebedeeld, maar door lage salarissen en slechte arbeidsvoorwaarden houden ze er massaal mee op.

Fysiotherapie is een HBO-opleiding en groeit steeds meer door richting Universiteitsniveau. De waardering blijft echter al tientallen jaren ver achter. Fysiotherapie wordt steeds meer uitgeknepen.

De Overheid heeft de regie bij de zorgverzekeraars gelegd. Zorgverzekeraars bepalen sindsdien niet alleen het veel te lage tarief, maar leggen ook steeds meer administratieve verplichtingen op aan fysiotherapeuten. Zo wordt de fysiotherapeut o.a. gedwongen zich aan te sluiten bij een onderzoeksbureau die zorgverzekeraars voorzien van prestatiecijfers (behandelindex), lid te worden van besloten netwerken om bepaalde patiëntengroepen nog wel te mogen behandelen (terwijl dat gewoon in de opleiding zit), lid te worden van een samenwerkingsverband om überhaupt nog voor ‘samenwerking’ met een zorgverzekeraar (een contract) in aanmerking te komen. Dit kost de fysiotherapeut veel vrije tijd en geld, maar er staat geen beloning tegenover. In tegendeel: meer eisen voor (hopelijk) hetzelfde tarief.

Dit komt allemaal naast de normale investeringen in tijd en geld die bij de beroepsgroep horen, zoals lidmaatschap van de beroepsvereniging en werkgeversvereniging, het volgen van cursussen, bijwonen van congressen en een master-opleiding. Fysiotherapeuten doen vrijwel alles in eigen tijd. Welke manager doet dat ? Veel praktijkhouders kunnen nauwelijks blijven draaien. Alle franje moet eraf (geen bloemetje, geen lectuur in de wachtkamer). Niet zelden moeten ze zelf met minder geld rondkomen dan hun personeel.

Een normale CAO bestaat niet. Willen de werkgevers hun personeel een normale CAO bieden, dan gaan ze zelf meteen failliet. Het tarief staat het gewoonweg niet toe. Zorgverzekeraars schermen dan met de premie die veel mensen nu al niet kunnen betalen. Maar ze hebben boter op hun hoofd. Al meer dan 60% van de premiegelden blijft bij de zorgverzekeraars hangen. Er zijn steeds meer mensen die gruwelijk veel geld aan de zorg verdienen, maar geen zorg leveren. Ook maakt de gehele paramedi slechts 4% uit van het totale zorgbudget. Een rechtvaardig tarief zou nauwelijks tot premieverhoging leiden.

Na een HBO-opleiding is het normaal dat je boven-modaal verdiend. Het is meer regel dan uitzondering dat je een dertiende maand krijgt en de arbeidsvoorwaarden zijn goed. Niets van dat al in de fysiotherapie. Al tientallen jaren worden de tarieven bewust veel te laag gehouden door zorgverzekeraars. De tarieven worden niet bepaald op basis van opleidingsniveau, expertise, ervaring of dienstjaren, er wordt niet gekeken of de fysiotherapeut ervan kan rondkomen, kan sparen voor een normaal pensioen, zijn praktijk kan runnen, personeel kan betalen, kan innoveren of investeren. Zelf een onafhankelijk onderzoek door onderzoeksbureau Gupta uit 2020, verricht in opdracht van overheid, zorgverzekeraars en fysiotherapeuten, dat het tarief per behandeling bijna 34 euro per half uur moet zijn om alle kosten te betalen werd en wordt nog steeds genegeerd. Gecorrigeerd voor inflatie zou het tarief nu ongeveer 45 euro moeten zijn; in de praktijk betalen de zorgverzekeraars tussen de 36 en 40 euro. De zorgverzekeraar kijkt alleen wat voor hen uit kan. En dat terwijl hun directeuren en managers riante maandsalarissen ontvangen en prima arbeidsvoorwaarden hebben. Ja zelf riante gecompenseerd worden voor inflatie. Voor fysiotherapie zit dat er al jaren gewoon niet in en ook de enorme prijsstijging in energie-, huisvesting- en personeelskosten van de laatste jaren werd niet gecompenseerd. Wel bij het personeel van de zorgverzekeraars. Uiteraard.

Intussen wordt gewerkt aan het Integraal Zorgakkoord IZA (het plan van Rutte IV om Nederland te wapenen tegen vergrijzing en hoge zorgkosten) waar fysiotherapie een grote rol toebedeeld krijgt. Fysiotherapeuten kunnen huisartsen ontlasten en voorkomen dat klachten zo ernstig worden dat mensen bij een – duurdere – specialist terechtkomen. Wederom mooie woorden. En ja, fysiotherapie bespaart nu al hoge zorgkosten. Maar het tarief blijft onveranderd laag. En als het zo doorgaat zijn er nauwelijks nog fysiotherapeuten over.
NSC-Kamerlid Daniëlle Jansen sprak in mei tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer de zorg uit dat „patiënten straks voor een gesloten deur staan door de krimpende beroepsgroep”. Demissionair minister Dijkstra (Zorg, D66) erkende het probleem: „Paramedische zorg krijgt een belangrijke rol binnen het IZA, maar dat gaat niet altijd goed.” Volgens haar ligt de oorzaak deels bij de fysio’s zelf. „Kleine aanbieders hebben geen goede gesprekken met verzekeraars. Ze moeten gezamenlijk onderhandelen, dan staan ze veel sterker.” Dit is een wel erg vreemde uitspraak, waarbij je je weer eens moet afvragen wat voor spelletje er wordt gespeeld. Datzelfde ministerie heeft samen met NZa en zorgverzekeraars verboden om samen te onderhandelen omdat je dan een machtsblok zou vormen. En onderhandelen doen zorgverzekeraars gewoon niet; ze hoeven dat ook niet, vindt de NZa. En de zorgverzekeraar moet winnen, natuurlijk.

De conclusie kan niet anders zijn, dan dat er een vies machtsspelletje wordt gespeeld, er wordt met woorden gegoocheld, de schuld wordt weer netjes afgeschoven en de machtsverhouding blijft bestaan zoals het de hogere diertjes uitkomt. De zorg draait allang niet om mensen, er moet geld aan verdiend worden.

Alzheimer: wat als medicijnen niet helpen ?

De beschikbare medicijnen voor de behandeling van de ziekte van Alzheimer zijn allemaal oud, eigenlijk heel oud. Sinds 2002 zijn er geen nieuwe medicijnen meer beschikbaar.
Geen van de momenteel beschikbare medicijnen verandert het verloop van de ziekte. En de opvolgers beloven alleen maar variaties op de oude te zijn.

Farmaceutische bedrijven zagen dat dementie een potentieel enorme markt was en investeerden flink: naar schatting $ 42 miljard in 25 jaar !

Acetylcholine remmers
Deze medicijnen voldeden en voldoen niet aan de verwachtingen en helpen totaal niet tegen dementie. Geen enkele vertraagt de verdere ontwikkeling van de ziekte. Wel krijgen de gebruikers bijwerkingen: misselijkheid, braken, diarree, slapeloosheid, bizarre dromen, krampen, vermoeidheid veroorzaken, duizeligheid, slaperigheid, agitatie en hallucinaties. En alle gebruikers vertonen een flinke afname van de mentale functies.

Amyloid remmers
Jarenlang werd gedacht dat de ziekte van Alzheimer werd veroorzaakt door een ophoping van bèta-amyloïde plaque in de hersenen. De volgende medicijnen richtten zich dan ook hierop. 30 onderzoeken naar geneesmiddelen die amyloïden verlagen hebben echter aangetoond dat ze geen verschil maken in de mentale functie. Of het alleen maar erger maken. Wel treden bij van tientallen procenten gebruikers hersenoedeem en hersenbloedingen op, soms met dodelijke afloop.

Monoclonale antilichamen
Een nieuwere ontwikkeling waarbij antilichamen gebruikt worden om bepaalde lichaamsmechanismen te beïnvloeden. Dit zijn amyloïde-remmers, zoals hierboven beschrev. Sommige werken bij het verlichten van symptomen bij gebruik bij andere ziekten, maar geen daarvan heeft tot genezing geleid. Ze zijn ook extreem duur en veranderen de immuniteit, wat vatbaar maakt voor ernstige infecties.

Persoonlijke benadering
Begin jaren 90 ontdekte dr. Dale Bredense dat de hersenen beschikken over een beschermend mechanisme, dat in werking treedt bij een tekort aan essentiële stoffen (met name van de hersenen afgeleide neurotrofische factor (BNF) en netrin-1) of bij een teveel aan giftige stoffen(o.a. amyloïd en biotoxines). Hersendelen kunnen worden uitgeschakeld om de functie op de meer essentiële gebieden te behouden.

De kern is een molecuul dat op de zenuwreceptor zit, APP genaamd (amyloïde precursoreiwit) en de manier waarop het afbreekt. Als alles in orde is, valt APP uiteen in twee zenuwvoedende stoffen en functioneren de hersenen normaal. Maar als het beschermende mechanisme wordt ingeschakeld, ontstaan er vier zenuwbeschadigende stoffen. Bredesen ontdekte 36 sleutelfactoren die de afbraak van APP beïnvloeden. Hij ontwikkelde het Bredesen-protocol, genaamd ReCODE en vroeg erkenning aan. Zijn aanvraag werd echter afgewezen omdat het te complex was omdat het protocol sterk geïndividualiseerd is.

Verder klinisch onderzoek wees uit, dat negen van de tien patiënten met het vroege stadium van de ziekte van Alzheimer een omkering van mentale achteruitgang vertoonden. Deze resultaten, die nog nooit eerder waren behaald, zijn herhaald in twee andere peer-reviewed onderzoeken.

Het ReCODE-protocol is nu met succes gebruikt bij meer dan 1.000 patiënten in zeven landen. Terwijl slechts een minderheid van de mensen in een gevorderde stadium van de ziekte van Alzheimer verbetert, verbetert ongeveer 50 procent met matige symptomen en verbeteren vrijwel alle patiënten met een milde vorm van de ziekte.

Het duurt doorgaans zes maanden voordat de pathologische hersenveranderingen zijn omgedraaid, maar de toestand kan binnen enkele weken na het stoppen van het protocol terugkeren, doorgaan is dus essentieel.

Waarom niet meteen verder ontwikkelen en toepassen ?

  1. Er gebruik wordt gemaakt van natuurlijke stoffen die niet kunnen worden gepatenteerd. Dit betekent dat er geen geld te verdienen is door farmaceutische bedrijven en dus geen geld om onderzoek te ondersteunen.
  2. De behandeling is complex omdat alle mogelijke onderliggende oorzaken moeten worden bekeken en afzonderlijk moeten worden gecorrigeerd. Maar dat verklaart meteen waarom geen enkel medicijn tot op de dag van vandaag succesvol is geweest. De one-size-fits-all drugsaanpak werkt zeker niet.
  3. Alzheimer omvat veel verschillende uitingsvormen en is niet de enige oorzaak van dementie.

Het ReCode protocol

  • voor mensen met een milde cognitieve stoornis of de ziekte van Alzheimer in een vroeg stadium
  • zeer persoonlijk, afhankelijk van de verschillende factoren die de individuele symptomen van een persoon kunnen veroorzaken of eraan kunnen bijdragen
  1. Voeding. Centraal in ReCODE staat KetoFLEX 12/3 — een zwaar plantaardig, voedingsrijk, volledig voedselpakket dat zich richt op lokaal, biologische en seizoensgebonden niet-zetmeelrijke groenten gecombineerd met voldoende eiwitten en royale hoeveelheden gezond vet. In 12/3 verwijst de 12 naar de 12 uur tussen je laatste maaltijd aan het einde van een dag en je eerste snack of maaltijd de volgende dag, en de 3 verwijst naar de drie uur die u moet wachten tussen uw laatste maaltijd en naar bed gaan. Als je bijvoorbeeld om 22:00 uur naar bed gaat, eet dan niet na 19:00 uur en wacht de volgende dag tot ten minste 7:00 uur.
  2. Oefening. Aërobe oefeningen, krachttraining en lichaamsbeweging zoals yoga en tai chi.
  3. Slaap. Elke nacht zeven tot acht uur slaap is optimaal voor de gezondheid van de hersenen. Het is van vitaal belang dat slaapomstandigheden zoals obstructieve slaapapneu effectief worden behandeld.
  4. Stressvermindering. Dagelijks technieken als mindfulness-meditatie, qigong en yoga, samen met stressmanagementgewoonten zoals loskomen van technologie, het gebruik van lijsten en het nemen van tijd voor zelfzorg.
  5. Hersenstimulatie. Dagelijkse hersentraining met oefeningen zoals die zijn ontwikkeld door BrainHQ (brainhq.com) om je hersenen uitgedaagd te houden en de aanleg van nieuwe neurale verbindingen te stimuleren. Dit kan ook door een nieuwe vaardigheid te leren, een sterk doel in het leven te hebben en deel uit te maken van een sociale groep.
  6. Detox. Vermijden van de giftige stoffen die een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid van de hersenen. Zware metalen zoals kwik en aluminium, kunststofchemicaliën, pesticiden en schimmels zijn enkele om op te letten.
  7. Supplementen. Per persoon verschillend, maar sommige van de aanbevolen specifieke voedingsstoffen zijn als volgt:
    Vitamine B1 voor geheugenvorming, 50 mg per dag
    Vitamine B5 voor alertheid, 100 – 200 mg per dag
    Vitamine B6 / B12 / foliumzuurcombinatie
    Vitamine D, 2500 IE per dag totdat optimale niveaus zijn bereikt
    Vitamine K2 als MK7, 100 mcg per dag
    Citicoline voor groei en reparatie van synaps, tweemaal daags 250 mg
    Ubiquinol of co-enzym Q10 ter ondersteuning van de mitochondriën, 100 mg per dag

Zie voor meer informatie Apollohealthco.com

Gezond leven, onder andere stoppen met roken, voldoende bewegen, een gezond gewicht handhaven en het behandelen van suikerziekte, een hoge bloeddruk en depressie helpen als preventie tegen een heleboel ziekten. Deze adviezen in het leefstijlprogramma van Bredesen zijn daarmee dus niet iets ‘nieuws’. Bredesen voegt hier echter nog een lijst aan mogelijke oorzaken van de ziekte van Alzheimer aan toe, met bijbehorende adviezen. Een aantal van deze mogelijke oorzaken voor Alzheimer werden eerder al onderzocht, waarbij echter geen verband werd gevonden. Al in 2018 schreef Alzheimer Nederland op hun website een artikel in de rubriek ‘alternatieve geneeswijzen’ over het leefstijlprogramma van Bredesen, waarin al de nodige kanttekeningen werden geplaatst bij de validiteit van het onderzoek, de haalbaarheid van het programma voor patiënten en het beperkte te verwachten effect.

Het betreft dus geen recente doorbraak, noch een resultaat dat, gezien de vele vragen die bij de uitvoering gesteld kunnen worden, op korte termijn een positieve invloed lijkt te gaan hebben op de levens van patiënten met de ziekte van Alzheimer.

BRON: wddty, 27-1-2024, doktermedia.nl

Protest tegen Zilveren Kruis

Zilveren Kruis Achmea maakte vorig jaar flinke winst met hun zorgverzekeringen. Ondertussen zijn de zorgpremies gestegen en moet het allemaal goedkoper, efficiënter en winstgevender in plaats van beter en menselijker. Zilveren Kruis Achmea is ook verantwoordelijk voor het besluit om de acute verloskunde en de spoedeisende hulp te sluiten in het Gelre ziekenhuis in Zutphen.
 
Het Nationaal Zorgfonds steunde daarom vandaag de actievoerders bij het hoofdkantoor van Zilveren Kruis Achmea in Leiden. Zij willen dat de afbraak van de ziekenhuizen wordt teruggedraaid en dat er een Nationaal Zorgfonds komt. Uit de antwoorden van de woordvoerder van de verzekeraar tijdens de actie werd al duidelijk: Zilveren Kruis Achmea gaat de afbraak niet stoppen. Een Nationaal Zorgfonds zien ze ook niet zitten.
 
Een aantal mensen vertelde indrukwekkende verhalen over hoe dit zorgstelsel hen direct raakt. Een vader wiens dochter elk moment kon bevallen, terwijl de verloskunde afdeling van het ziekenhuis net was gesloten. Mensen die zich zorgen maken over het verdwijnen van de spoedeisende hulp dichtbij.
 
Het is tijd dat er een Nationaal Zorgfonds komt, zodat deze afbraak stopt. Op 22 juni is er een debat in de Tweede Kamer over de ziekenhuizen. De actievoerders roepen samen met de SP op om daar naartoe te komen. Als je daar ook bij wilt zijn dan kun je je via deze link inschrijven. Dat is belangrijk, want samen laten we zien dat een Nationaal Zorgfonds harder nodig is dan ooit.   Met vriendelijke groet,

Nationaal ZorgFonds

RVS: Toekomst eerste lijn ligt niet in marktwerking, maar in vaste teams

De zorg in de eerste lijn moet snel veranderen, anders verliezen burgers het vertrouwen in de zorg. Er is nu actie nodig, schrijft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in het advies ‘De basis op orde’.

Als een van de weinige overheidssectoren geniet de eerstelijnszorg – waaronder huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten en apothekers – nog veel vertrouwen van burgers. Ook dat vertrouwen dreigt af te brokkelen, zodat er snel vergaande hervormingen nodig zijn in deze basiszorg, schrijft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in het rapport ‘De basis op orde’. Op vier manieren kan de eerstelijnszorg richting 2030 veranderen:

1 Erken cruciale waarde van eerstelijnszorg: zorg voor structurele financiering.

Huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten lossen maar liefst 90 procent van alle gezondheidsvragen op. En dat tegen 4 procent van het volledige zorgbudget.

En toch, zegt Bussemaker, gaan de discussies over de eerstelijnszorg tot haar verbazing vaak over vragen als: hoe krijgen we nòg meer ziekenhuiszorg bij de huisarts ? Hoeveel praktijkondersteuners mag een praktijk eigenlijk inzetten ? En stijgen de kosten niet te veel als een wijkverpleegkundige de zorgvraag van een oudere in kaart breng ?

2 Gebruik functies en waarden als startpunt: stop met marktwerking

De negatieve gevolgen van de marktwerking in de wijkverpleging zijn enorm, stelt het rapport. Tussen 2016 en 2021 steeg het aantal aanbieders nog van 1.000 naar 1.400. In sommige wijken in Den Haag zijn bijvoorbeeld meer dan 170 organisaties actief. Dat maakt samenwerking vrijwel onmogelijk en ook is de marktwerking vaak niet efficiënt.

3 Werk wijkgericht met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen: werk samen in generalistische teams

De RVS pleit voor een terugkeer naar een ‘klein hecht multidisciplinair team’ dat de gezondheid van de inwoners van de wijk volgt. Schaalvergroting in de eerstelijnszorg alleen voor zaken als digitalisering, administratie en onderhandelingen met zorgverzekeraars. De zorg zelf moet laagdrempelig en herkenbaar blijven. Patiënten moeten weten bij welke zorgverleners ze terechtkunnen, zorgverleners kennen op hun beurt de patiënten en elkaar. Grote ketens die praktijken opkopen met private investeerders, om ze vervolgens te bemensen met steeds wisselende zzp’ers moeten geweerd worden.

4 Benut de kracht van de samenleving: laat burgers meer zelf doen

De mensen willen graag zelf de regie houden over hun kwaliteit van leven, dus laat ze meedoen, zoals via vrijwilligerswerk in de buurt en actief meedoen in zorgcoöperaties, om zorg voor elkaar te regelen. ‘Dit moeten we niet doen omdat het financieel zo lekker uitkomt. ’, aldus Jet Bussemaker, voorzitter van de RVS, bij de presentatie van het rapport.

Dus hierbij ‘een enorme waarschuwing’ van RVS. ‘De Overheid en zorgverzekeraarsmoeten niet denken in termen van financiële resultaten op korte termijn, maar vasthouden aan wat de kern is. En dat is de grote maatschappelijke waarde die goede eerstelijnszorg heeft’.

BRON: RVS